Excerpt for Tussen containers en tijdzones by Maria Staal, available in its entirety at Smashwords

TUSSEN CONTAINERS EN TIJDZONES

Op een vrachtschip de wereld rond


Door Maria Staal


Published by FTK Publishing at Smashwords


Oorspronkelijke titel:

Time Zones, Containers and Three Square Meals a Day Copyright © 2010, Maria Staal


Copyright Nederlandse vertaling © 2011, Maria Staal

Vertaald uit het Engels door M. Staal onder redactie van Leef in tekst, Groningen


Alle rechten voorbehouden


Copyright 2011 Maria Staal


This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with another person, please purchase an additional copy for each recipient. If you’re reading this book and did not purchase it, or it was not purchased for your use only, then please return to Smashwords.com and purchase your own copy. Thank you for respecting the hard work of this author.


www.mariastaal.com


Voor mijn broer Arjen, die een gedeelte van de reis meeging

en

Rodel, nog steeds een goede vriend


INHOUD


Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 12

Hoofdstuk 13

Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 15

Hoofdstuk 16

Hoofdstuk 17

Hoofdstuk 18

Hoofdstuk 19

Hoofdstuk 20

Hoofdstuk 21

Hoofdstuk 22

Hoofdstuk 23

Hoofdstuk 24

Hoofdstuk 25

Hoofdstuk 26

Hoofdstuk 27

Hoofdstuk 28

Hoofdstuk 29

Hoofdstuk 30

Hoofdstuk 31

Hoofdstuk 32

Hoofdstuk 33

Hoofdstuk 34

Hoofdstuk 35

Bijlage



HOOFDSTUK 1


Het was dinsdagmiddag 17.30 uur en tijd voor het avondeten. Ik liep de vier trappen naar beneden van mijn hut op dek 5 naar de eetzaal op dek 1 en ging linksaf de gang op. Normaal gesproken was de gang uitgestorven rond deze tijd van de dag, omdat de Filippino's dan in de kantine zaten te eten. Maar deze middag hingen sommige wat rond aan het eind van de gang, terwijl andere nieuwsgierig door de deur van de officierslounge naar binnen keken.

Ik liep naar ze toe en keek ook de lounge in. Binnen lagen boeken, videobanden, glazen en kopjes verspreid door de ruimte. Alle kastdeuren stonden open, en de videorecorder en dvd-speler stonden niet meer op hun plek maar waren op de vloer gezet.

'Wat is hier in vredesnaam gebeurd?' vroeg ik, terwijl ik langs de Filippino's over de 6 cm hoge drempel de lounge instapte.

'Oh,' zei Mr Chavira met een grijns, 'de Russische machinist is aan het opruimen geweest.'

Ik keek nog eens wat beter rond. Er was inderdaad een zekere orde te bespeuren in de chaos. De videobanden waren soort bij soort gelegd: Engels en Duits. Boeken idem dito. Alle kabels van de dvd-speler en videorecorder waren netjes opgerold. De glazen, kopjes en mokken waren gesorteerd.

Mr Chavira verdween in de richting van de kantine en Mike, een van de passagiers, en ik keken vragend naar Rodel. In de laatste anderhalve week aan boord hadden we gemerkt dat hij als steward meestal wel wist wat er op het schip gebeurde en wij hadden behoefte aan uitleg, zo niet aan wat roddels.

'Wat is hier gebeurd, Rodel?' vroeg Mike.

Rodel kwam dichterbij, terwijl hij schichtig over zijn schouder keek. Hij boog zich naar ons toe en fluisterde: 'De Rus is gek geworden ...'



HOOFDSTUK 2


De Serenity River was een 225 meter lang containerschip, waarop ik anderhalve week vóór het incident in de officierslounge was aangemonsterd. Dit schip zou voor de komende drie maanden mijn thuis zijn, omdat ik er ging werken voor de Duitse rederij Ariel Rügen. Vrachtschepen namen wel vaker passagiers mee en de rederij had mij de opdracht gegeven een reisgids voor deze passagiers te schrijven.

De kapitein had de brief die ik van de rederij had gekregen, met een half oog gelezen en toen wat nonchalant zijn schouders opgehaald. Het zou hem allemaal een zorg zijn wat ik aan boord kwam doen, zei hij, zolang ik maar niemand in de weg liep.

Zo kwam het dus dat ik, een 33-jarige vrouw uit Nederland, op zondagmiddag 5 januari 2003 uitkeek over de baai van La Spezia in Noord-Italië, terwijl het schip vertrok. Ik was niet alleen want Lukas, een jonge Zwitserse passagier, keek samen met mij uit over de baai die aan drie kanten was omsloten met groene heuvels. In de verte konden we de bergtoppen van de Apennijnen zien, nog bedekt met een laag sneeuw.

Terwijl het schip de haven uitvoer, gleden we langs verschillende kleine dorpjes met vrolijk fel gekleurde huizen op de steile hellingen. La Spezia lag achter ons en op het moment dat de Serenity River om de golfbreker heen voer, konden we het kasteel van Lerici zien liggen, dat hoog op een heuvel de baai bewaakte. Het was zonnig en niet erg koud, maar er stond een stevige zuidwestelijke wind.

Lukas en ik waren op het dak van de brug geklommen, het hoogste punt van het schip, beter bekend als monkey-deck. Het voordek van de Serenity, waar de containers hoog stonden opgestapeld, strekte zich voor ons uit.

Nadat we de golfbreker waren gepasseerd, werd het opeens een stuk kouder. Lukas huiverde. Hij had alleen een zomerjas aan.

'Het wordt koud', merkte hij op. 'Ik ga terug naar mijn hut.'

'Prima joh', zei ik. 'Ik zie je zo in de eetzaal.'

Het was bijna tijd voor het avondeten en dat was maar goed ook, want ik begon behoorlijk trek te krijgen. Ik genoot nog wat langer van het uitzicht. Zo nu en dan dreef de rook uit de schoorsteen mijn kant op. De geur was een mengeling van metaal en stookolie, en deed mij altijd denken aan schepen en havens. Het was echt te gek om weer op zee te zijn. Ik had het gemist!

We voeren de baai uit en de Middellandse Zee op. De wind trok onmiddellijk aan en de zee werd wilder. Al gauw begon het schip vrij heftig te bewegen. Niet het langzame rollen op de golven, maar een onbehaaglijke korte op- en neergaande beweging, zoals een kurk op het water. Het was net kerst geweest en als gevolg daarvan hadden we niet veel vracht. De Serenity lag erg hoog in het water en zonder het gewicht van de vracht konden de korte golven het schip makkelijk in beweging krijgen. Het dek stuiterde onder mijn voeten heen en weer en ik kon me maar met moeite staande houden.

Het duurde dan ook niet lang voor ik een bekend gevoel in mijn maag kreeg. Twee jaar eerder was mij iets soortgelijks overkomen op de Pegasus Star toen die de haven van Sydney uitvoer. Het verschil was dat we toen door een tropische cycloon voeren, terwijl er nu niet meer dan een matige wind stond.

'Dit voelt niet goed', mompelde ik tegen het lege dek. Elke seconde voelde ik me zieker en dat terwijl we nog maar een halfuur geleden uit La Spezia waren vertrokken… De populaire mythe dat je maar één keer goed zeeziek hoeft te worden om daarna nooit meer last te hebben, was duidelijk niet waar.

Ik liep naar mijn hut op dek 5. Het was ondertussen 17.30 uur en tijd voor het avondeten. Misschien was het wel goed dat ik iets at. Ik trok mijn jas uit en nam een pilletje tegen de zeeziekte.

Op weg naar beneden, deed ik net of er niets aan de hand was. Ik wilde liever niet dat men doorkreeg dat ik zeeziek was, maar ik had me geen zorgen hoeven te maken. Ik kwam niemand tegen.

Rodel stond in de eetzaal te wachten op de komst van de officieren en de passagiers. Met zijn 25 jaar was hij het jongste bemanningslid aan boord en net als de andere Filippino's op de Serenity River had hij zwart haar en donkere ogen.

'Vanavond eten we rijst met goulash', deelde hij mee. Hij bestudeerde mijn gezicht eens goed en ik wist dat hij doorhad dat ik zeeziek was.

'Ik heb aan wat rijst wel genoeg vanavond, Rodel.'

Hij draaide zich om naar de kombuis. Pretlichtjes twinkelden in zijn ogen.

Ik ging zitten op mijn vaste plek en niet lang daarna kwam Lukas ook binnen. Hij had duidelijk geen last van de rare bewegingen van het schip. Ik dacht bij mezelf dat het eigenlijk niet eerlijk was dat een landrot, die nog nooit eerder op zee was geweest, nog niet zeeziek was geworden.

Al gauw kwam Rodel terug met een bord gekookte rijst. Met moeite kreeg ik wat naar binnen. Het schip bewoog nog steeds heftig op en neer en de kopjes rinkelden op hun schoteltjes. Rodel bracht ook Lukas een bord eten. Hij had wel gekozen voor de goulash en een blik op zijn bord was al genoeg om me nog zieker te maken. Ik stond op.

'Sorry Rodel, maar ik heb vanavond niet zo'n honger.'

Zo snel als ik kon liep ik de trappen weer op naar mijn hut. Het enige wat ik wilde was liggen. In mijn hut trok ik snel mijn pyjama aan en viel binnen vijf minuten in slaap.

Toen ik viereneenhalf uur later wakker werd, was het nog maar 22.30 uur. De rare deining was gestopt en het schip gleed zachtjes over de golven. In de verte voelde ik de bekende trilling van de motor. Mijn zeeziekte was bijna weer over. Ik las een tijdje in mijn boek en viel al snel weer in slaap.


De volgende ochtend werd ik wakker zonder ook maar enige last te hebben van de zeeziekte. Om 07.30 uur was het tijd voor het ontbijt.

'Goedemorgen, hoe voel je je vandaag?' vroeg Rodel toen ik de eetzaal binnenliep.

'Goedemorgen, Rodel', antwoordde ik terwijl ik zijn vraag ontweek. 'Ik heb zin in een stevig ontbijt. Wat staat er op het menu?'

'Omelet met champignons.'

'Lekker!'

'Zal ik vragen of de kok er wat extra champignons bij doet?'

'Goed idee, Rodel. Dank je wel.'

Ik ging zitten en terwijl Rodel naar de kombuis liep, grijnsden we even snel naar elkaar.



HOOFDSTUK 3


Na slechts 24 uur varen kwamen we aan bij onze eerste haven. Deze haven lag vlak bij het kleine ingedutte plaatsje Gioia Tauro, boven op de teen van Italië. Dit hele gebied is erg landelijk en er wonen niet zo veel mensen. Het was daarom een verrassing er zo'n grote haven aan te treffen, maar toen ik navraag deed, bleek dat het werd gebruikt als een zogenoemde doorgangshaven. In deze doorgangshaven werden containers overgeladen van grote schepen zoals de Serenity naar kleinere coasters die de containers vervolgens vervoerden naar havens langs de Middellandse Zeekust.

Sommige bemanningsleden hadden al voorspeld dat het zeer onwaarschijnlijk was dat we in Gioia Tauro meteen een plek aan de kade zouden krijgen. Daarvoor waren de wachttijden te lang; het zou uiteindelijk 36 uur duren voor we aan de kade lagen. Voor anker gaan om te wachten was geen optie, omdat de zee voor de kust te diep was. Dus dreven we maar wat rond, samen met nog zes of zeven andere containerschepen die ook op hun plek moesten wachten.

Terwijl we maar wat ronddreven liep iedereen, bemanning én passagiers, met verveelde gezichten rond. De bemanning van de Serenity bestond uit zo'n twintig man: zeven officieren, van wie de meesten uit Duitsland kwamen, en veertien gewone bemannings-leden, van wie de meeste afkomstig waren van de Filippijnen.


***


Op dinsdag 7 januari, zo'n 20 uur na aankomst bij Gioia Tauro, zei de kapitein opeens tegen Lukas en mij dat hij het doelloos ronddrijven zat was. We zaten te lunchen in de eetzaal, maar de kapitein had zijn bord al leeg.

'Na de lunch gaan we naar de Eolische eilanden. Dat geeft ons tenminste iets te doen', zei hij tussen twee trekken aan zijn sigaret door.

'Is er iets leuks te zien op die eilanden, dan?' vroeg ik.

De kapitein haalde zijn schouders op. 'Ach … de Stromboli-vulkaan is misschien wel leuk.'

Hij klonk niet erg enthousiast, maar Lukas en ik hadden al ontdekt dat de kapitein eigenlijk nergens meer enthousiast over was. Hij was bijna 60 jaar, had een klein, gedrongen postuur en een enorme bierbuik. Tijdens zijn levenslange carrière op zee had hij alles al wel een keer gezien. Toch was hij niet onvriendelijk.


Om 12.30 uur vertrokken we naar de Eolen. Ondanks dat we niet harder gingen dan 10-15 knopen, was het leuk om weer in beweging te zijn. Twintig uur ronddrijven was ook niets. Na een uur of twee varen werd de silhouet van de Stromboli zichtbaar aan de horizon. Het zag er precies zo uit als je van een vulkaan verwacht: een driehoek met een stompe bovenkant.

Samen met Lukas en de tweede stuurman stond ik op de vleugel van de brug te kijken hoe de Stromboli steeds dichterbij kwam. Ik had eerder in La Spezia in een Italiaanse krant gezien dat de vulkaan aan het uitbarsten was en ondanks dat dit alweer een paar dagen geleden was, rolde er nog steeds een dikke aswolk langs de noordzijde van de vulkaan de zee in. We bekeken het schouwspel door onze verrekijkers.

'Zien jullie dat dorpje, daar aan de oostkant?' vroeg de tweede stuurman terwijl hij naar de kleine witte huizen wees die zichtbaar waren tegen het donkere groen-grijs van de vulkaan.

'Ja', knikte Lukas, terwijl hij zijn verrekijker scherpstelde op de kleine huizen. 'Ik zou er voor geen goud willen wonen.'

'Nee, ik ook niet', beaamde de tweede stuurman. Hij was eind twintig, lang en dun van postuur, geboren in Duitsland, maar hij had een Zuid-Afrikaanse moeder. We ontdekten later dat we elkaar redelijk konden verstaan als hij Afrikaans sprak en ik Nederlands.

Toen we die ochtend nog ronddreven bij Gioia Tauro, had de tweede stuurman ons op sleeptouw genomen tijdens de verplichte 'veiligheidswandeling' over het schip en legde hij ons de veiligheidsregels aan boord van de Serenity uit.

Er waren nogal wat regels en hij telde ze een voor een op zijn vingers af. 'Verboden toegang tot de voorsteven bij zwaar weer. Verboden toegang tot de voorsteven tijdens het laden en lossen van de containers, behalve als je naar de loopplank moet. Niet rondhangen op de voor- en achtersteven tijdens het aanmeren. Geen toegang tot de machinekamer zonder toestemming van de hoofdmachinist. Geen toegang tot de brug als de loods aan boord is. Houd het prikbord in de gaten voor aankondigingen van veiligheidsoefeningen en het voor- of achteruitzetten van de klok en laat in een haven even weten wanneer je van boord gaat en wanneer je weer terugkomt.'

Hij haalde adem en Lukas staarde hem enigszins verbijsterd aan.

'Ik weet dat het allemaal heel erg streng klinkt, maar dit zijn gewoon de basisregels voor de veiligheid aan boord', zei hij met een glimlach. 'Kom, we gaan naar de verzamelplaats.' We liepen achter hem aan naar buiten en volgden hem naar stuurboord, de rechterkant van het schip. We kwamen aan op dek 3. Dit dek was breder dan de andere buitendekken en gaf toegang tot de reddingsboot.

'Dit is de verzamelplaats', zei de tweede stuurman met een wijds armgebaar. 'Als het alarm gaat, kom je hierheen, net als de meeste mensen aan boord. Dan wordt er geteld of iedereen er is en worden eventuele instructies gegeven. Het kan zijn dat we tijdens een noodgeval in de reddingsboot moeten.' Hij wees naar de helder oranje gekleurde reddingsboot, die onder een hoek van 45 graden in een lanceerinrichting op het achterdek hing. 'Het is dus altijd belangrijk om naar de verzamelplaats te komen als het alarm gaat, ook tijdens een oefening.'

Lukas en ik knikten plechtig.

'Dat was alweer het einde van de veiligheidswandeling. Onthoud vooral Scheepsregel Nummer Een: "Eén hand voor jou, en één hand voor het schip." Dit betekent dat waar je ook bent op het schip, je altijd zorgt dat je één hand vrij hebt, zodat je je ergens aan kan vastgrijpen als je uitglijdt. Vooral buiten, want je wilt natuurlijk niet op volle zee overboord vallen.' Weer knikten Lukas en ik dat we dat zouden doen.

Om eerlijk te zijn had Scheepsregel Nummer Een me een keer gered toen ik de buitentrappen afliep. Het had wat geregend en halverwege de trap slipten mijn voeten onder me vandaan, waarna ik half glijdend, half vallend, op mijn achterste de trap afbonkte. Gelukkig wist ik mijn afdaling wat te vertragen door de leuningen vast te grijpen. Dagen later had ik nog vreselijke spierpijn en liep ik nog voorzichtiger rond dan voorheen.


Een tijdlang keek ik de Stromboli na terwijl deze langzaam uit het zicht verdween. Daarna was het tijd om aan de reisgids te beginnen en liep ik van de brug naar mijn hut. Tot nu toe had ik nog niets aan de reisgids gedaan en omdat de Ariel Rügen Rederij me een gratis reis gaf in ruil voor het schrijven van de gids, moest ik maar eens aan de slag…


De volgende dag, woensdag 8 januari, maakte het heviger trillen van de motor me om 06.00 uur wakker. De hele nacht hadden we ons trage rondje rond de Eolen voortgezet, toen het schip opeens met volle kracht vooruit begon te varen. Ik was er in mijn nog half slapende toestand van overtuigd dat de kapitein het zat was geworden te wachten op een plekje aan Gioia Tauro's kade en in plaats daarvan was vertrokken naar het Suezkanaal. Uiteraard was dit niet het geval en tegen de tijd dat ik om 07.30 uur naar beneden liep voor het ontbijt, was de haven van Gioia Tauro al in zicht.

We meerden aan om 08.00 uur en samen met Rodel stond ik alles te bekijken vanaf dek 1. Hij had een paar zeldzame minuten pauze, omdat Lukas en ik al gegeten hadden en de rest van de bemanning te druk was met aanmeren om aan ontbijt te denken.

'Ben je van plan aan wal te gaan vandaag?' vroeg hij terwijl de kade langzaam dichterbij kwam.

'Ja, inderdaad. Ik moet wat informatie over deze plaats zien te vinden voor de reisgids', antwoordde ik. 'Ben je weleens in Gioia Tauro geweest?'

'Nee, ik niet, maar ik begreep van de anderen dat het maar een saai plaatsje is.'

'Oh', zei ik wat ontgoocheld. 'Nou ja, ik heb weinig keus. Als ik niet ga, heb ik niets om over te schrijven.'

'Ja, dat is waar …' Rodel draaide zich om en liep naar de deur. Hij moest weer aan het werk. 'Toch veel plezier gewenst', riep hij nog over zijn schouder toen de deur achter hem dichtviel.


Na het afmeren kon het laden en lossen van de containers beginnen. Hiervoor kwamen twee grote kranen aangereden die zich met zwaaiende lichten en rinkelende bellen over een rail voortbewogen, die parallel langs de rand van de kade liep. De lange armen van de kranen staken nog meters hoog de lucht in.

Ik keek toe terwijl de kranen zich precies in de juiste positie langs de romp van de Serenity manoeuvreerden en toen hun armen in een horizontale positie over het dek lieten zakken.

Ondertussen kwamen verschillende havenmedewerkers en stuwadoors aan boord. Een van hen had een bespreking met de eerste stuurman over het laadschema. Het scheepskantoor op het hoofddek werd omgetoverd tot zenuwcentrum voor het laden en lossen. Van hieruit hield men ook een oogje in het zeil op de stabiliteit van het schip, want iedere keer dat een container van het dek werd getild, raakte het schip een beetje uit balans. Om te voorkomen dat het kapseisde, werd er water in en uit de ballasttanks gepompt zodat het schip stabiel bleef.

Al snel waren de kranen druk in de weer om de containers van het dek te halen. Een voor een werden ze opgehesen aan stalen kabels en na een korte reis door de lucht neergezet op de lege oplegger van een vrachtwagen die onder de kraan op de kade stond te wachten. Er paste maar een container op de oplegger, dus zodra die op de wagen stond, reed deze weg om plaats te maken voor een nieuwe vrachtwagen.

De meeste containers werden eerst vervoerd naar een opslagplaats op het haventerrein. De opslagplaats was niet ver van de kade en eigenlijk niet meer dan een plek waar de containers werden opgestapeld om te wachten tot ze werden herladen op andere vrachtwagens, een trein of een kleiner schip, om te worden vervoerd naar hun uiteindelijke bestemming.

Het is natuurlijk een grote logistieke uitdaging om dit alles in goede banen te leiden. Terwijl ik keek naar het lossen, bedacht ik mij wat een ramp het zou zijn als een container zoek zouden raken. Het zou waarschijnlijk onmogelijk zijn deze weer terug te vinden in het oerwoud van staal met al zijn kleurige containers, en waar vrachtwagens, kranen en heftrucks van alle mogelijke formaten voortdurend kriskras door elkaar reden.

De grote kranen die de containers van het dek van de Serenity hesen, maakten eigenlijk maar weinig lawaai. Niet meer dan een zacht zoemend geluid elke keer dat de grijper over het schip heen en weer bewoog. Het hing echter van de kundigheid van de kraanmachinist af of het laden en lossen inderdaad zonder veel lawaai gebeurde. Sommige kraanmachinisten waren erg goed in het oppakken van de containers met de grijper en deden dat bijna zonder geluid te maken. Anderen waren wat wilder, met als gevolg dat een container met veel gekletter van metaal op metaal opgepakt en neergezet werd. Vaak ging dit lawaai vergezeld met het licht trillen en schudden van het schip, alsof het werd getroffen door een lichte aardbeving.

Het laden en lossen ging bovendien dag en nacht door. Ik hoopte altijd maar dat ze de rijen containers die het dichtst bij de verblijven stonden, overdag zouden doen. Ik had altijd moeite met slapen als het 's nachts gebeurde vanwege het lawaai, het schudden van het schip en de felle lichten die de hele nacht langs mijn raam heen en weer bewogen.


Het was ongeveer 11.00 uur toen Giuseppe, klein en gedrongen en met een grote zwarte snor, Lukas en mij met zijn shuttlebus afzette in het centrum van Gioia Tauro. Het retourtje van de haven naar het dorp, een afstand van ongeveer zeven kilometer, kostte acht euro. Niet onredelijk. Hij zou ons over twee uur weer komen ophalen, maar toen hij wegreed, kregen we al gauw in de gaten dat we waarschijnlijk maar half die tijd nodig zouden hebben om het dorp te verkennen. Het dorp ademde een sfeer van een uit de gratie geraakte badplaats. Alle luiken waren dicht en er was niemand te bekennen.

'Ik moet op zoek naar een VVV-kantoor', zei ik en keek rond over het centrale plein dat er maar verlaten bij lag. 'Ik hoop dat ik ergens een plattegrond van Gioia Tauro kan vinden.'

'Oké', antwoordde Lukas. 'Ik ga op zoek naar een winkel die horlogebatterijen verkoopt. Volgens mij zag ik er een vanuit de bus.' Hij knikte met zijn hoofd in de richting van waar we vandaan gekomen waren.

'Succes … Ik ga die kant op.' Ik wees naar het andere eind van het plein en hoopte dat achter de huizen een soort winkelstraat zou zijn.

Ik begon te lopen en keek naar de witte huizen en palmbomen die het plein omringden. Er was geen mens te zien. Op de hoek zag ik een nis in een muur dat een klein altaartje bleek te bevatten. In de nis stond een afbeelding van de maagd Maria met wat bloemen.

Al gauw bleek dat de nauwe straatjes achter het plein geen winkels herbergden. Ik liep wat doelloos rond en nam hier en daar een foto. Toen zag ik in een zijstraat opeens iets wat leek op het uithangbord van een reisbureau. In de hoop dat ze me daar in elk geval iets over het dorp konden vertellen, liep ik naar binnen. Een vrouw zat te werken achter haar bureau, maar al snel bleek dat ze geen woord Engels verstond. Omdat ik geen Italiaans sprak, schoten we niet veel op. Ze wist me in elk geval wel duidelijk te maken dat er in Gioia Tauro geen 'informazione turische' was en dat een plattegrond van de plaats niet bestond.

Enigszins verslagen liep ik weer terug naar het plein, waar Lukas op mij stond te wachten. Zijn expeditie had meer succes. Op een bankje midden op het plein aten we broodjes die we bij een kleine bakkerij aan het plein hadden gekocht, Een eenzame brommer met twee tieners zonder helm racete met veel lawaai voorbij. Naast het zachte gemurmer van een fontein was dat het enige geluid dat te horen was.

Even na 13.00 uur pikte Giuseppe ons weer op.


Terug bij het schip zagen we vóór ons een man een zware koffer de loopplank op zeulen. Hij was ergens achter in de veertig, vrij lang met brede schouders. Het weinige haar dat hij nog had, was blond.

We haalden hem al snel in.

'Hoi', groette ik. 'Jij bent vast de nieuwe passagier.'

De man balanceerde zijn koffer op een van de treden en stak zijn hand uit.

'Inderdaad. Mijn naam is Mike en ik ga naar Singapore.' We gaven elkaar de hand. 'Zijn jullie ook passagiers?'

'Ik wel', knikte Lukas. 'Ik ben ook op weg naar Singapore.'

'Ik niet', vertelde ik. 'Ik werk voor Ariel Rügen aan een reisgids voor de passagiers op dit schip.'

'Oh? Dat klinkt interessant. Daar moet je me straks wat meer over vertellen.' Hij wees naar zijn koffer. 'Ik kan beter eerst zorgen dat dit monster in mijn hut komt, zodat ik kan gaan uitpakken.'

Samen liepen we verder naar boven.

Eenmaal in de accommodatie merkte Lukas op dat hij naar zijn hut ging om even te gaan liggen. Ik had eigenlijk gepland wat aan de reisgids te doen, maar mijn inspiratie was na ons bezoek aan Gioia Tauro helemaal weg.

In plaats daarvan ging ik naar de officierslounge en snuffelde wat rond in de kasten. Er was niet veel interessants te vinden. De meeste kasten waren volgepakt met Duitse boeken en een collectie dvd's met documentaires over de Zwitserse Alpen. Toen viel mijn oog op een plastic zak. Er bleken puzzelstukjes in te zitten. De originele doos was echter nergens te vinden, dus ik had geen idee wat de puzzel moest voorstellen.

Dit was nét de uitdaging die ik nodig had en om de tijd te doden tot het avondeten, begon ik de kantstukjes uit te zoeken.



HOOFDSTUK 4


Die avond na het eten hingen Mike, Lukas en ik wat rond in de lounge. Ik ging verder met puzzelen, terwijl Mike probeerde de tv aan de praat te krijgen. Het hing op het schip helemaal af van hoe dicht we bij de kust waren of er wel ontvangst was. Meestal konden we alleen een signaal krijgen als we lagen afgemeerd in de haven of dicht bij de kust en keken we de lokale tv-programma's van de landen waar we waren of bij langs voeren.

Mike leek zich al helemaal thuis te voelen aan boord.

'Heb je weleens vaker met een containerschip gereisd?' vroeg ik nieuwsgierig.

'Ja', antwoordde hij. 'Toevallig ben ik vijf weken geleden op ditzelfde schip van Singapore naar Europa gereisd en ging ik toen van boord in La Spezia.' Hij hield op met het frutselen aan de tv en kwam bij ons zitten.

'Toen de Serenity doorvoer naar de Verenigde Staten, heb ik door Europa gereisd om vrienden te bezoeken', vervolgde hij.

'Aha… Vandaar dat je je al helemaal thuis voelt', merkte ik op. 'En waar in Europa ben je geweest, als ik vragen mag?'

'Hoofdzakelijk in Duitsland. Ik kom oorspronkelijk uit Engeland, maar ik heb ook een poos in Duitsland gewoond. Nu woon ik in Australië.'

'Dus je spreekt Duits?' vroeg Lukas. Hij zat wat te zoeken tussen een stapeltje illegaal gekopieerde dvd's, ieder in zijn eigen plastic envelopje met slecht gekopieerde voorkant. Er zat blijkbaar niets leuks tussen, want hij gooide de stapel op de tafel.

'Ja, inderdaad. Dat was wel handig op de heenweg, omdat de meeste Duitse officieren op dit schip niet erg goed Engels spreken.' Mike pakte de stapel dvd's en begon er ook doorheen te bladeren.

'Is de bemanning nog steeds dezelfde?' vroeg ik. 'Ik hoorde dat er in La Spezia wat nieuwe mensen bijgekomen waren.'

'Voor het grootste gedeelte wel, geloof ik. Er zijn zeker geen nieuwe Filippino's en de kapitein, de eerste stuurman en de hoofdmachinist zijn ook nog dezelfde. Misschien dat een van de scheepsmonteurs, de tweede stuurman en de derde machinist nieuw zijn.'

Na een tijdje keek Mike op van de dvd's en vroeg me: 'Je zei dat je werkte voor de Ariel Rügen Rederij. Wat doe je precies aan boord?'

'Ik schrijf een reisgids voor passagiers die met dit containerschip willen meereizen.' Ik stopte met puzzelen.

'Interessant … Alleen dit schip?'

'Nee, het boek is bedoeld voor dit schip en drie zusterschepen die dezelfde route varen. Maar het wordt niet een echt gedrukt boek. Meer een soort uitgebreid fotoalbum met informatie over het schip, de route en de verschillende havens die worden aangedaan. Er komt onder andere in te staan hoe de passagiers het best van de haven naar de stad kunnen komen, en wat daar dan allemaal te zien is.'

Mike knikte en legde de stapel dvd's terug op tafel. 'Dat soort informatie is inderdaad vaak moeilijk te krijgen op een containerschip. En niet iedere kapitein vindt het leuk om voor reisleider te spelen.'

'Precies. De bedoeling is dus dat het boek dat gat overbrugt door praktische informatie te geven.'

'En waar haal je die informatie vandaan?'

'Ik heb thuis al wat boeken uit de bibliotheek gehaald over de havens die we gaan bezoeken. Maar ik probeer ook in iedere haven van boord te gaan om informatie te verzamelen over de haven, de rederijagenten, taxi's, enzovoort. De informatie over het schip en de route kan ik uiteraard aan boord krijgen van de officieren en bemanning.'

'Heb je al eerder zoiets gedaan?'

'Ja, vorig jaar. Toen heb ik drie maanden meegevaren op de FTK Kowloon en heb ik een gids voor dat schip en de vier zusterschepen geschreven.’

Lukas had dit verhaal natuurlijk al eens gehoord, maar nu vroeg hij: 'Hoe heb je deze baan eigenlijk gekregen? Het klinkt als dé ideale manier om wat van de wereld te zien.'

'Het is inderdaad ideaal', beaamde ik. 'Ik vind het echt heel erg leuk om met een vrachtschip te reizen. Maar ik weet ook dat ik erg veel geluk heb gehad bij het krijgen van dit baantje. Drie jaar geleden was ik passagier op een containerschip dat van Europa naar Australië voer. Ik ging op dezelfde manier weer terug en de kapitein van dat schip was een aardige man, maar hij vond het niet zijn taak de passagiers te helpen.

'Dus telkens als we in een haven aankwamen, ging ik naar het plaatselijke VVV-kantoor om een stapel folders op te halen over de stad en toeristische bezienswaardigheden. Terug op het schip knipte ik de plaatjes uit de folders en plakte ze samen met wat informatie over de stad op een vel papier. De eerste stuurman vond het een heel leuk idee en gaf me een map om de pagina's in te verzamelen. Het werd een soort plakboek met informatie voor de passagiers dat aan boord bleef toen ik van het schip af ging.

'Toen het schip in Rotterdam aankwam, stelde de kapitein voor een kopie van het plakboek naar de rederij te sturen. Hij was er zeker van dat Ariel Rügen me een gratis reis zou willen geven op een ander schip in ruil voor nog meer plakboeken. Ik heb die kopie opgestuurd en hier ben ik.'

'Wauw', bracht Mike uit. 'Je hebt dus eigenlijk je eigen werk uitgevonden.'

'Daar komt het wel op neer', knikte ik. 'Ik had wel de mazzel dat Ariel Rügen er al over dacht om een of andere reisgids voor hun schepen in elkaar te zetten.'

'Dus je wordt niet betaald, maar krijgt in plaats daarvan een gratis reis?' vroeg Lukas.

'Inderdaad.'

'Gaaf.'

Buiten ging het laden van de containers nog steeds door en zo nu en dan schudde het schip als er een nieuwe container op het dek werd geplaatst. Het einde van het laden was echter in zicht.

'Is het niet raar om de enige vrouw aan boord te zijn?' vroeg Lukas na een korte stilte waarin ik weer aan het puzzelen was geslagen.

'Eerlijk gezegd niet', antwoordde ik. 'Mijn eigenlijke vakgebied is bouwkunde en daar zitten ook weinig vrouwen bij, dus ik ben het wel gewend. Ik heb me op nog geen van de schepen ongemakkelijk gevoeld. Zelfs in de havens heb ik nooit problemen gehad.’

'Over havens gesproken… wat vonden jullie van Gioia Tauro?' vroeg Mike.

'Een erg rustig plaatsje', concludeerde Lukas. 'Er gebeurde niet veel.'

'Wat saai', voegde ik er aan toe. 'En praktisch onmogelijk om er informatie over te vinden.'

'Ik heb drie dagen doorgebracht in Gioia Tauro toen we wachtten tot het schip zou aanmeren', vertelde Mike.

Lukas' mond viel open. 'Wauw, dat moet een nachtmerrie geweest zijn.'

Mike glimlachte. 'Dat viel eigenlijk wel mee. En omdat ik de enige toerist was, nodigde de burgemeester mij uit op zijn kantoor. Hij gaf me zelfs een plattegrond van het dorp. Je mag het wel lenen voor je boek als je dat wilt. Ik kan je wel wat bezienswaardigheden aanwijzen.'

'Er waren bezienswaardigheden?' vroeg Lukas droog.

'Een heel alleraardigste kathedraal.'

'Aha…'

Intussen was de derde machinist de lounge binnengelopen. Hij was ergens achter in de dertig, tenger, met donker bruin haar en een snor. Hij had ons gesprek een poosje aangehoord en toen we ophielden met praten, stelde hij zichzelf voor als Peter, de nieuwe derde machinist. Zijn Engels was belabberd, maar hij vroeg of het goed was dat hij zo nu en dan eens met ons kwam praten, zodat hij kon oefenen. Tuurlijk, zeiden wij, geen probleem.


Die avond verlieten we Gioia Tauro om 21.45 uur en vertrokken we naar het Suezkanaal. Ik had er eigenlijk op gehoopt dat het schip overdag door de Straat van Messina zou gaan, maar het was donker, net als op de Galactic Star, het schip waarmee ik van Australië was teruggevaren naar Europa.

De Straat van Messina is het stuk water tussen de teen van Italië en Sicilië en daarmee vanaf Gioia Tauro de meest directe route naar het Suezkanaal. Op de Galactic Star waren we tegen het eind van de avond door de Straat gevaren. De straatlantaarns en huizen van Reggio op het vaste land en Messina op het eiland Sicilië waren duidelijk zichtbaar geweest toen we dit nauwe stuk water doorvoeren.


***


Met een gemiddelde snelheid van 20 knopen koste het ons ongeveer 55 uur om van Gioia Tauro naar Port Said te varen, waar het Egyptische Suezkanaal uitmondt in de Middellandse Zee. In die 55 uur gebeurde er niet veel bijzonders. Ik werkte voornamelijk aan de reisgids, terwijl Mike en Lukas in de lounge films zaten te kijken of bezig waren met de puzzel. Het was nog altijd vrij koud buiten en het zwembad op dek 4 was nog niet gevuld met zeewater.

De kapitein was zo vriendelijk geweest mij de grootste passagiershut toe te wijzen. Het bevond zich op de hoek van dek 5 aan de linkerkant van het schip. De ramen keken zowel naar voren als opzij. Naast een grote woonkamer, met zitje en bureau, had ik een aparte slaapkamer met een ensuite badkamer.

Lukas verbleef ook op dek 5, in een kleinere eenpersoonshut. Verder was er op dek 5 nog het kantoor van de kapitein, maar dat werd eigenlijk alleen gebruikt als we in de haven lagen en de rederijagent en douanemensen aan boord kwamen. Mikes hut was op dek 4.

Het leven aan boord ging al snel zijn gangetje. Ook kregen we al gauw in de gaten dat de meeste officieren, net als de kapitein, stevige rokers waren. Elke avond zaten ze met zijn allen rokend een film te kijken in de lounge.

Gelukkig was de kapitein de enige die de vervelende gewoonte had om in de eetzaal te roken. Hij begon er al mee als zijn bord nog maar net leeg was en trok zich maar weinig aan van het feit dat de rest nog aan het eten was. Hij kreeg het voor elkaar binnen vijf minuten nadat hij zijn vork had neergelegd drie sigaretten te roken. De hele eetzaal vulde zich met een dikke wolk rook, dat mij aan het hoesten maakte. Ook had ik dan geen trek meer in eten, omdat ik geen zin had om dikke happen rook naar binnen te schuiven samen met het voedsel dat op mijn vork lag. Jakkes!

Halverwege onze reis naar Port Said passeerden we een Amerikaans marineschip, dat ook op weg was naar het Suezkanaal. In januari 2003 was Amerika bezig met de voorbereidingen voor de invasie van Irak en als gevolg daarvan waren 60.000 Amerikaanse soldaten op weg naar de Perzische Golf.

Op donderdagavond liep ik na het avondeten vanuit de eetzaal terug naar mijn hut. Ik passeerde het prikbord in het trappenhuis op dek 1. Met fel oranje en geel gekleurde magneten werd hier de belangrijke informatie opgehangen. Ik zag dat er een nieuwe mededeling hing. Vanavond was het blijkbaar tijd de klok een uur vooruit te zetten. Hiermee zouden we op Egyptische tijd komen. Het was de eerste keer op deze reis dat we de klok moesten verzetten.


***


Op zaterdagochtend 11 januari om 06.00 uur voegde de Serenity River zich bij het tweede zuidwaartse konvooi en voer het Suezkanaal op.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, mogen schepen niet zomaar het kanaal doorvaren, maar zijn ze verplicht zich bij een konvooi te voegen. Elke dag vertrekken twee zuidwaartse konvooien vanuit Port Said: het eerste (hoofd)konvooi om 01.00 uur en een tweede, kleiner, konvooi om 06.00 uur. Op datzelfde moment vertrekt er een noordwaarts konvooi vanuit Suez, aan het andere eind van het Suezkanaal, naar de Middellandse Zee.

Omdat de moderne schepen breed zijn, kunnen twee konvooien elkaar in het kanaal niet passeren. Daarom passeren het noordwaartse en het eerste zuidwaartse konvooi elkaar in de Bittermeren, halverwege het Suezkanaal.

Het tweede kleinere zuidwaartse konvooi wacht in een zijkanaal tot het noordwaartse konvooi voorbij is.


Om 10.30 uur bereikte ons konvooi het zijkanaal waar de Serenity samen met alle andere schepen moesten wachten op het noordwaartse konvooi. Twee Egyptenaren in een bootje vingen onze lijnen op en maakten deze vast aan betonnen bolders langs de kant van het zijkanaal. Nadat het schip was afgemeerd, werden de Egyptenaren met bootje en al opgetakeld naar ons hoofddek, waar de twee mannen uitstapten.

Ieder schip dat door het Suezkanaal vaart, moet volgens de regels ten minste: a) twee loodsen aan boord hebben, b) twee lijnmannen en c) een elektriciën. De lijnmannen komen aan boord voor het geval een schip motorproblemen krijgt en langs het kanaal moet worden afgemeerd. Ook kan het voorkomen dat zandstormen een konvooi tot stoppen dwingen, omdat het Suezkanaal dwars door de woestijn loopt. Ook dan moeten de schepen langs het kanaal worden afgemeerd.


Zodra de twee Egyptische lijnmannen aan boord waren, begonnen zij met het opzetten van hun 'winkel' op ons hoofddek. Net zoals iedereen aan boord moesten ze wachten tot we weer verder gingen en dat kon wel zeven uur duren. Iedereen aan boord verveelde zich te pletter tijdens deze gedwongen rustperiode en de lijnmannen zorgden met hun winkeltje voor een welkome afleiding. Ook waren ze blij een zakcentje bij te kunnen verdienden. Uit hun bootje kwamen dozen met allerlei snuisterijen.

Het duurde niet lang of ons hoofddek was omgetoverd tot een winkel. Dekens en matten werden uitgerold waarop een grote hoeveelheid koopwaar werd uitgestald. Plastic piramides en sfinxen, rollen neppapyrus, bundels met oude ansichtkaarten, drie schoenendozen vol illegaal gekopieerde cd's en dvd's, wat blikjes frisdrank en goedkope hoesjes voor mobiele telefoons. Dat was wat hun winkel ons te bieden had.


Na de lunch liep ik met Mike en Lukas naar beneden om een kijkje te nemen bij de winkel op het hoofddek. We bestudeerden alles wat er was uitgestald eens goed. De lijnmannen keken ons met hoopvolle gezichten aan.

'Misschien dat we een bundel van tien ansichtkaarten kunnen kopen en ze verdelen', opperde Mike.

'Dat is geen slecht idee.'

Ik nam een stapeltje kaarten en bekeek ze. De foto's waren duidelijk jaren geleden genomen. Sommige waren van ouderwetse schepen in het Suezkanaal, andere van gebouwen langs het kanaal. Het gaf me een wat nostalgisch gevoel.

'Hoeveel kost dit stapeltje kaarten?' vroeg ik aan een van de lijnmannen.

'Vijf Amerikaanse dollars.'

'Prima', zei ik en gaf de man zijn geld.

Enkele Filippino's kwamen ook een kijkje nemen en neusden in de dozen met dvd's op zoek naar films die ze nog niet hadden gezien. Wij bleven nog wat rondhangen op het hoofddek en keken uit over het eiland dat ons scheidde van het eigenlijke Kanaal. Het bestond uit lage zandduinen.

Lukas was de hele tijd op het hoofddek wat teruggetrokken. Het leek of hij zich wat ongemakkelijk voelde in de buurt van de Egyptenaren. Tijdens de lunch had hij ons verteld dat dit de eerste keer was dat hij buiten Europa was en dat hij nog niet goed wist hoe hij moest omgaan met niet-westerse culturen. Al snel ging hij naar binnen om wat uit te rusten in zijn hut.


Rond 13.00 uur kwam het noordwaartse konvooi langs in het Suezkanaal. Het was een fascinerend gezicht. Doordat er tussen ons en het Kanaal een zanderig eiland lag, leek het net of de schepen zich langzaam door de woestijn voortbewogen.

Het duurde tot 17.00 uur voor het hele noordwaartse konvooi ons was gepasseerd. Toen konden ook wij eindelijk weer vertrekken.


Die avond had de kapitein zich net met bierbuik en al op zijn gebruikelijke plaats gemanoeuvreerd, toen hij opmerkte dat we in Jeddah niet van boord konden gaan.

'Wat?' zeiden Mike en ik tegelijkertijd. Dit hadden we niet verwacht.

Jeddah ligt aan de Rode Zee, in Saudi-Arabië, en was onze volgende haven. Ik had erg uitgekeken naar ons bezoek aan Jeddah, vooral omdat ik nog nooit in Saudi-Arabië was geweest.

Mike was ook duidelijk teleurgesteld.

'Waarom kunnen we niet van boord in Jeddah?' vroeg hij.

'Passagiers mogen niet aan wal', legde de kapitein uit. 'Trouwens, niemand van de bemanning mag aan wal.'

Rodel kwam bij de kapitein staan om hem het menu van die avond door te geven. Eigenlijk was dit overbodig, want de kok besloot altijd wat we per dag gingen eten, dus keuze hadden we niet. Toch vroeg Rodel ons bij elke maaltijd of we inderdaad wilden eten wat er op het menu stond. De kapitein besloot die avond dat hij wel zin had in aardappels met broccoli en varkensvlees.

'Als de rederijagent bang is dat we in de problemen komen,' begon Mike, 'dan is het misschien een mogelijkheid dat hij een begeleide tour voor ons regelt. Op die manier verdwalen we niet en weet hij zeker dat we op tijd terug zijn.'

De kapitein keek sceptisch.

'Is het goed dat wij een fax sturen naar de agent in Jeddah om te vragen naar een begeleide tour?’ zette Mike door.

'Al stuur je honderd faxen … Maar ik weet zeker dat je er toch niets aan hebt.'

Mike en ik sloegen aan het brainstormen over wat we precies in de fax wilden zetten. Lukas zat er maar stilletjes bij en merkte op dat hij eigenlijk helemaal geen zin had in een tour.

'Waarom niet?' vroeg Mike. 'De kans is groot dat je nooit meer in Saudi-Arabië komt.'

'Ik heb er gewoon niet zo'n zin in op dit moment. Het gaat me allemaal wat te vlug.'

'Oké, geen probleem. Wat jij wilt.'


Die avond stonden we om 22.30 uur met zijn drieën uit te kijken over de stad Suez en de achterliggende donkere baai. Ons konvooi had eindelijk het andere eind van het Suezkanaal bereikt.

'Laten we hopen dat de agent onze ansichtkaarten op de post doet', zei Lukas. We keken van boven toe hoe de rederijagent en de loods van boord klommen in een bootje dat naast ons meevoer.

'Tuurlijk doet-ie dat', zei Mike. 'We hebben hem vijf Amerikaanse dollars gegeven en dat is meer dan genoeg voor de postzegels. De rest mag hij in zijn zak stoppen.'

Toen de twee mannen veilig aan boord waren, voer het bootje langzaam met een boog weg. De Serenity River voer de Baai van Suez in en gleed zachtjes langs de schepen die voor anker lagen te wachten tot het konvooi van morgen zou vertrekken.

Het was helemaal niet koud. We hadden het winterse Europa achter ons gelaten.


De volgende ochtend ging Mike na het ontbijt met de kapitein naar de brug om de fax naar de rederijagent in Jeddah te versturen.



HOOFDSTUK 5


Toen ik even na 11.00 uur de lounge inliep, waren de meeste officieren er al. De kapitein en Mike stonden met elkaar te kletsen aan het eind van de bar, terwijl Lukas en de tweede stuurman bij de tv in een discussie over computers verwikkeld waren.

Die ochtend bij het ontbijt had de kapitein Mike, Lukas en mij uitgenodigd voor een borrel voordat de lunch werd geserveerd, een zondagse traditie op veel vrachtschepen.

Een van de scheepsmonteurs stond achter de bar en vroeg wat ik wilde drinken.

'Eh … een jus d'orange graag.'

De eerste stuurman zat op een kruk met zijn rug naar de bar. Ik ging naast hem staan. Hij was, net als de kapitein, ergens achter in de 50, maar had een nog grotere bierbuik. Zijn korte haar was helemaal grijs. Blijkbaar was hij wat verlegen, want tot nu toe had hij alleen maar 'goedemorgen' of 'goedenavond' tegen mij gezegd. Daar leek nu verandering in te komen, want hij begon een praatje. Het viel me op dat zijn Engels veel beter was dan dat van de kapitein.

'Ik zie dat je bent begonnen met een puzzel', merkte hij op en wees naar de puzzel die op een van de tafeltjes lag.

'Inderdaad', knikte ik.

'Het duurt nog wel even voor het af is, zie ik.'

'Klopt. Het gaat niet erg snel, maar dat komt voornamelijk omdat ik niet weet wat het moet voorstellen. De doos is zoek.'

De eerste stuurman glimlachte.

'Ik begrijp dat je drie maanden aan boord blijft, dus je hebt meer dan genoeg tijd om het af te maken.'

'Da's waar.'

Vanuit mijn ooghoek zag ik Mike naar me toekomen met een stuk papier in zijn hand.

'Deze telex is net binnengekomen van de rederijagent in Jeddah.' Hij gaf me het stuk papier.


Aan: kapitein serenity river

Van: slc - jeddah

Onderwerp: begeleide tour jeddah op 13/1/03

geachte kapitein - goedemorgen

helaas moet ik u informeren dat de passagiers geen visum kunnen krijgen

ik hoop dat u hiermee voldoende bent geïnformeerd

vriendelijke groeten, rederijagent


'Betekent dit dat wij die begeleide tour wel kunnen vergeten?' vroeg ik.

'Ja, dat lijkt er wel op. Niet veel aan te doen ben ik bang.'

Ik gaf Mike het papier terug en zuchtte. 'Jammer.'


Die middag waren er niet veel mensen voor de lunch. De meeste officieren bleven drinken in de lounge. Na twee glazen jus d'orange hield ik het voor gezien, vooral omdat ik alweer veel te veel sigarettenrook had ingeademd. Lukas en ik liepen samen naar de eetzaal en Mike kwam niet veel later. Hij had nagedacht.

'Rederijagenten komen toch altijd twee keer aan boord als we in een haven zijn, of niet?' vroeg hij.

'Ja', antwoordde ik. 'Een keer net nadat we zijn aangemeerd en een keer kort voordat we vertrekken. Hoezo?'

Mike roerde wat afwezig door de groentesoep die Rodel voor hem had neergezet.

'Wat denk je ervan als we de agent op zijn eerste bezoek vragen om wat ansichtkaarten voor ons te kopen in Jeddah? Hij kan ze meebrengen op zijn tweede bezoek, waarna wij ze snel schrijven en samen met wat geld aan hem teruggeven. Dan kan hij ze voor ons op de post doen.'

'Dat is een goed plan', knikte ik. 'Op die manier hebben we in elk geval iets wat uit de stad komt.'

'Wil je daar wel aan meedoen?' vroeg Mike aan Lukas.

'Jawel, maar dan lijkt het me het beste als jij met de agent gaat praten.'

'Afgesproken.'


Die avond zette ik mijn klok een uur vooruit naar Saudi-tijd. Ik had echt uitgekeken naar ons bezoek aan Saudi-Arabië, maar helaas zou ik er nog geen voet aan wal kunnen zetten.


***


De volgende dag, maandag 13 januari, kwamen we al heel vroeg in Jeddah aan. Het landschap was erg vlak. Er was geen heuvel te bekennen en ook de stad zelf was vanaf het schip nauwelijks zichtbaar. Hoewel dat misschien ook wel kwam omdat het erg heiig was.

We naderden de haven en voeren langzaam langs een futuristisch uitziende witte toren dat waarschijnlijk het havengebouw was. Ik had gehoord dat de Saudi's er niet van hielden dat mensen foto's namen van de haven, maar ik nam er stiekem toch een paar vanuit mijn hut.

Toen we aanmeerden, was het eerste wat mij opviel dat alle havenmedewerkers van Indiase afkomst leken te zijn.

Het duurde een hele poos voordat de rederijagent aan boord kwam. Het was een jonge man met een korte baard, gekleed in een traditioneel wit Saudisch gewaad met een rode hoofddoek. Toen de agent en de kapitein klaar waren, ging Mike het kantoor binnen om hem te vragen naar de ansichtkaarten. Ik bleef in de deuropening staan luisteren.

Mike kwam er al snel achter dat de agent maar heel weinig Engels sprak. Het leek erop dat de man dacht dat Mike vroeg of we van boord mochten en hij bleef zeggen: 'Nee, nee, onmogelijk…'

Na een vergeefse vijf minuten gaf Mike het op. De hele tijd had de agent net gedaan of ik niet bestond.

Lichtelijk gefrustreerd liepen we naar beneden. We wilden vanaf het hoofddek een kijkje nemen over de reling, om te zien wat er allemaal gebeurde op de kade.

'Weet je wat', zei Mike, 'misschien wil een van de Indiase werkers wel wat ansichtkaarten voor ons kopen. Zullen we een van hen vragen?'

'Goed idee.'

We liepen naar een man die een stuk touw aan het oprollen was op het achterdek. Tot onze verbazing bleek dat ook deze man nauwelijks Engels sprak. In onze ervaring konden Indiërs die buiten India woonden, altijd heel goed Engels, maar deze man was een uitzondering. Het leek erop dat onze zoektocht naar ansichtkaarten op niets was uitgelopen.

Net als de rederijagent eerder die dag had ook deze man mij compleet genegeerd en ik kreeg het gevoel dat ik onzichtbaar was. Lukas kwam bij ons staan op het hoofddek. Toen we naar beneden keken zagen we dat er een bewaker onder aan onze loopplank stond. Hij had een groot geweer bij zich.

'Staat die man daar om te voorkomen dat wij van boord gaan, of om te zorgen dat er geen slechteriken aan boord komen?' vroeg Mike.

Terwijl we nog naar de man met het geweer keken, liep de rederijagent de accommodatie uit. Hij kreeg ons in de gaten en stopte abrupt terwijl hij eerst naar mij staarde en toen naar Mike. Vervolgens draaide hij zich zonder een woord om en liep terug naar binnen.

'Oh oh, dat is niet goed', mompelde ik naar Mike.

'Nee, inderdaad. Misschien is het beter dat je naar binnen gaat.'

'Laat ik nou net hetzelfde denken …' Ik liep snel de buitentrappen op naar dek 1 en ging naar binnen. In de lounge wachtte ik wat nerveus op wat er komen ging. De agent had nogal boos gekeken. Ik hoopte dat ik geen problemen had veroorzaakt.

Na vijf minuten kwamen Mike en Lukas binnenlopen. Ze vertelden dat de agent al heel snel nadat ik het hoofddek had verlaten, was teruggekomen met de eerste stuurman. De agent had Mike laten weten dat het voor mij verboden was me op het dek aan de landzijde van het schip te begeven. Als ik aan dek wilde, moest ik dat doen aan de waterzijde, of anders moest ik binnen blijven. De reden was dat hij bang was dat de aanwezigheid van een vrouw een te grote afleiding zou vormen voor de havenmedewerkers op de kade.

Ik kon er niet veel aan veranderen en bereidde me met een zucht voor op een saaie dag. In elk geval kon ik iets van mijn frustratie kwijt door een ietwat sarcastisch stukje over Jeddah voor de reisgids te schrijven.


Mijn angst dat ik met mijn verschijning aan dek de eerste stuurman in problemen had gebracht bleek ongegrond te zijn, toen hij de eetzaal in kwam voor de lunch. Zodra hij mij zag verscheen er een grote grijns op zijn gezicht. Hij zei dat hij de regels eigenlijk onzin vond, maar dat er niets anders op zat ze te volgen.

Het hele voorval had Lukas een erg ongemakkelijk gevoel gegeven. Hij kon zich niet goed voorstellen dat de eerste stuurman, Mike en ik er grapjes over maakten. Het leek erop dat Lukas een cultuurschok had en ik hoopte dat hij er snel overheen zou komen.


Die avond voeren we rond 00.30 uur weg uit Jeddah. Het enige interessante dat die middag nog gebeurde was de komst van de bunkerboot, die langszij aanlegde om 1.500 m3 stookolie in onze tanks te pompen. Omdat dit alles aan de waterzijde van het schip gebeurde ging ik aan dek om het te bekijken. Ik kletste een poosje met de Filippino's die een oogje hielden op de slangen die de olie in onze tanks pompten. Ze vertelden me dat de bemanning van de bunkerboot Russisch en Filippijns was.

Op een gegeven moment nam Peter, de derde machinist, een kijkje op het hoofddek Toen hij in de gaten kreeg dat sommige mensen aan boord van de bunkerboot Russisch waren, knoopte hij over de reling een praatje met hen aan.

Het duurde tot 21.00 uur voor alle olie was overgepompt en de bunkerboot weer vertrok.


's Avonds ging ik verder met de puzzel in de lounge. Mike probeerde een zender te vinden op de tv en het duurde niet lang voor hij een Saudische soap met Engelse ondertiteling tegenkwam. Hij plofte neer op de bank. Lukas was er al snel zat van en kwam mij helpen met de puzzel. Het was nu voor meer dan de helft af en er begonnen wat rare bloemen te verschijnen.

Na een halfuur had ik genoeg van de puzzel en ging ik terug naar mijn hut. Met het raam open zat ik nog lang te kijken naar het laden van de containers. Het was een warme, rustig en stille avond en behalve de zachte geluiden van het laden in de verte was het enige wat ik verder nog kon horen de stilte.



HOOFDSTUK 6


De dag na ons vertrek uit Jeddah zag ik het groepje Filippino's in de gang, terwijl ze nieuwsgierig door de open deur van de officierslounge naar de rotzooi keken die Peter, de Russische machinist, had gemaakt.

Rodels opmerking dat Peter gek was geworden kwam voor Mike en mij eigenlijk als een verrassing, want geen van ons beiden had gemerkt dat er iets mis was met Peter. De andere officieren hadden hem misschien wel een beetje genegeerd, maar we dachten dat dit kwam omdat hij noch het Duits, noch het Engels erg goed beheerste. Eerder die middag had ik het gerucht opgevangen dat Peter niet erg goed kon opschieten met de hoofdmachinist en dat de kapitein erover dacht Peter in Singapore naar huis te sturen. Maar niets had erop gewezen dat hij een instorting nabij was.


Mike en ik gingen zitten waar we altijd zaten en niet lang daarna kwam ook de kapitein de eetzaal binnen. Hij vroeg of wij wisten wie die rotzooi in de lounge had gemaakt.

'Wij gingen ervan uit dat het Peter was', merkte Mike op.

De kapitein zuchtte diep.

'Weet je,' zei hij, 'Peter vertelde me twee dagen geleden dat hij van het schip af wil. Hij vertelde dat hij een visioen had gehad dat hem zei dat het werk op het schip niet goed voor hem was en dat hij naar huis moest. Ik liet hem weten dat ik al had geregeld dat hij in Singapore naar huis kon.'

Mike en ik luisterden stilletjes naar de kapitein. Zijn openhartigheid was nogal een verrassing, omdat het niet gebruikelijk was dat een kapitein de passagiers vertelde wat er omgaat tussen zijn bemanningsleden. Ik had het gevoel dat hij blij was dat hij er eindelijk eens over kon praten.

Rodel kwam met ons avondeten en de kapitein vervolgde zijn verhaal.

'Na ons gesprek hield Peter helemaal op met werken en hing maar wat rond op het schip. De afgelopen twee dagen heeft hij helemaal niets meer gedaan … Ik hoorde dat hij gisteren aan de Russische bemanning van de bunkerboot in Jeddah heeft gevraagd of ze hem aan boord konden nemen. Zó graag wil hij blijkbaar van dit schip af.'

Mike en ik keken elkaar aan. We hadden allebei gezien dat Peter met de bemanning van de bunkerboot sprak. Maar het verhaal van de kapitein was nog niet afgelopen.

'Vanochtend vond ik Peter bij de afvalbakken op het hoofddek', vervolgde hij. 'Op zijn onderbroek na had hij al zijn kleren uitgetrokken en hij dumpte ze in de afvalbakken. Ik zei dat hij daarmee op moest houden en zich weer gewoon moest aankleden. Later klom hij boven op de containers. Dat is levensgevaarlijk, want als je eraf valt kun je je nek wel breken, óf je valt in zee en dan heb je maar weinig kans om te overleven. Gelukkig zagen een paar Filippino's hem en wisten ze hem naar beneden te halen.'

De kapitein nam een grote hap aardappelpuree met erwten en Mike zei: 'En vanmiddag hing Peter rond in de lounge en ging daar opruimen.' De kapitein knikte.

Er waren een paar officieren binnengekomen toen de kapitein zijn verhaal vertelde. De hoofdmachinist was er ook bij. Dit was bijzonder, want meestal nam hij zijn bord mee naar het scheepskantoor op het hoofddek om daar in zijn eentje te gaan zitten eten.

Toen kwam opeens Peter de eetzaal in. Hij had alleen een joggingbroek aan – zijn bovenlijf was bloot en hij liep rond zonder schoenen. Iedereen staarde hem aan, maar daar trok hij zich niets van aan. Hij liep met een paar grote stappen naar zijn stoel en deed alsof er niets aan de hand was.

De kapitein hield hem tegen toen hij wilde gaan zitten.

'Zo kan je niet gaan eten. Kleed jezelf eerst eens fatsoenlijk aan.'

Peter stopte en keek de kapitein aan met een gezicht alsof hij niet begreep wat hem net was gezegd. Met een 'goedenavond' draaide hij zich om en liep de eetzaal uit.


Iedereen was wat verbluft door wat er net was gebeurd en begon door elkaar te praten. Mike, die tegenover mij zat, merkte op: 'Het lijkt alsof hij niet weet wat hij doet. Misschien zou het beter zijn als hij ergens werd opgesloten.'

Ik knikte.

Op datzelfde moment kwam Peter weer de eetzaal in. Hij had nog steeds alleen maar een joggingbroek aan.

De kapitein die nu duidelijk zijn geduld aan het verliezen was, sprak nu met luide stem: 'Trek nu eerst een shirt aan!'


Continue reading this ebook at Smashwords.
Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-38 show above.)