Kunstroof
door
Ellis Flipse
Published by Ellis Flipse at Smashwords.
Copyright 2012 Ellis Flipse
http://www.ellisflipse.com
Kunstroof
Jet hijgt, ze moet hard trappen om de bult op te komen. Zoals altijd fietst ze dwars door het park naar huis. Niet over de paadjes. Dat is voor saaie mensen. Zo is het veel korter.
Ja! Eindelijk boven! Jet kijkt achterom. Haar hond Bertus komt er al aan. Mooi, denkt ze. En nu met een rotgang naar beneden. Vandaag moet het lukken om de andere kant van het park te halen zonder te trappen.
‘Au!’ Haar voorwiel raakt een grote steen, het stuur van haar fiets draait helemaal om en Jet landt met een boog in het hoge gras. Haar knie doet erg pijn, voorzichtig krabbelt ze overeind. Gelukkig denkt ze, ik kan hem nog buigen.
Oh! Nee hè. Weer een gat in mijn broek. Had ik toch maar die oude broek aangetrokken. Nu krijg ik echt op mijn kop als ik thuis kom. Door het gat heen ziet ze een flinke schaafwond.
‘Nee, Bertus niet doen.’ Bertus staat kwispelend bij haar en steekt zijn natte neus in haar nek. Jet duwt hem weg en gaat staan. Ze zet haar stuur recht en klimt weer op haar fiets. Met hoge snelheid roetsjt ze de bult af.
Eenmaal beneden op het rechte stuk kijkt ze achterom. Geen Bertus. Hè, nu moet ze speciaal voor hem afremmen. Waar blijft hij nou! Alles gaat mis vandaag.
Bertus vindt het normaal gesproken heerlijk om met een rotgang die bult af te rennen. Het lijkt altijd of hij snapt dat het een wedstrijd is. Mama zegt dat dit niet kan, volgens haar kunnen honden zo niet denken. Jet weet beter.
Ze stopt en roept: ‘Bertus! Bertus!’
Jet baalt ervan dat ze niet net als papa op haar vingers kan fluiten, dan komt Bertus altijd meteen. In de verte hoort ze hem blaffen. Hij heeft vast weer iets smerigs gevonden, denkt Jet. Als hij er maar niet in gaat rollen.
Als Bertus dat doet dan snuffelt hij eerst langdurig aan de viezigheid, daarna mikt hij zorgvuldig met zijn schouder, zodat hij precies goed op zijn rug landt. De drek zit dan tussen zijn schouderbladen. De laatste keer moest Jet hem zelf schoonmaken. Yakkes!
Jets moeder had nog zo gezegd: ‘Zorg wel dat hij schoon blijft anders zwaait er wat.’
Ze roept nog een keer, Bertus komt niet. Met een zucht gooit Jet haar fiets in het gras en strompelt moeizaam vanwege haar zere knie de bult weer op.
Bertus is zo woest aan het graven, dat hij haar helemaal niet hoort komen.
‘Wat doe je toch?’
Bertus staat onder een van de lage struiken en heeft iets voor zich liggen.
Wat is dat? denkt Jet. Het lijkt wel een pakje. Voorzichtig baant ze zich een weg door de struiken. Takken zwiepen in haar gezicht.
Jet hurkt en probeert het te pakken, ze kan er net niet bij. Ze laat zich op haar buik vallen en werkt zich moeizaam naar Bertus toe. Die staat met zijn tong uit zijn bek op het pakje te kwijlen en kijkt haar hoopvol aan. Kwispelstaartend wacht hij af wat Jet gaat doen.
‘Nee Bertus, we gaan niet spelen, ik wil alleen zien wat je daar hebt.’ Voorzichtig wurmt ze zicht naar het pakje toe. Ze wil niet achter een tak blijven steken en ook nog haar jas scheuren.
Ja, hebbes! Op haar ellebogen leunend kruipt ze achteruit de struiken uit tot ze weer kan staan.
Voorzichtig voelt ze aan het gladde papier, het kraakt als ze er in knijpt. Het is ook best zwaar voor zo’n klein pakje. Aan een kant is het papier los en ze ziet iets glinsteren. Voorzichtig maakt ze het open.
‘Oh,’ zucht Jet. Op haar hand ligt een geel beeldje, het lijkt wel een soort poes. Glinsterende ogen kijken haar aan. Met haar vinger strijkt ze wat grond van de kop af. Nog nooit heeft ze zoiets moois gezien.
Zou iemand het verloren hebben? Maar wie verliest er nu zoiets?
Liefdevol stopt ze het beeldje in haar zak en klopt de aarde en dode blaadjes van haar jas. Snel naar huis anders komt ze te laat.
‘Hoi mam!’
‘Je bent laat?’ roept Jets moeder vanuit de woonkamer.
‘Sorry, mam, ik ben gevallen met de fiets.’ roept Jet en rent de trap op. Eenmaal boven haalt ze voorzichtig het beeldje uit haar jaszak. Bewonderend strijkt ze met haar hand erover. Ze houdt het tegen haar wang, het voelt koel en glad aan.
‘Kom je eten?’ roept haar moeder onderaan de trap.
‘Ik kom!’ Snel kijkt ze haar kamer rond. Haar moeder mag het beeldje niet zien anders mag ze het vast niet houden. Ze stopt het tussen de knuffels op de plank boven haar bed en rent de trap af.
‘Heb je nu al weer een gat in je broek?’ vraagt Jets moeder.
Jet durft haar moeder niet aan te kijken, ze gaat snel aan de eettafel zitten en schuift haar bord dichterbij.
‘Kom op! Laat zien die knie.’ Jet staat op van haar stoel en laat haar broek zakken. Bezorgd kijkt haar moeder naar de zere knie en maakt het wondje schoon.
‘Je lijkt wel een jongen met al die valpartijen, hoe vaak moet ik nog zeggen dat je voorzichtig moet zijn.’
‘Ja mam, maar ik kon er echt niets aan doen.’
‘Dat zal wel weer niet. Gooi die broek maar in de was vanavond, dan kijk ik wel of ik hem nog kan repareren.’
Pfoe! Dat viel mee.
Die avond als Jet in bed ligt pakt ze het beeldje. Het is zo mooi dat het alleen maar van een rijk iemand kan zijn geweest. Ze valt in slaap met het beeldje in haar handen.
‘Jet! Let je wel op?’ Jet schrikt en ziet meester Jan voor haar bankje staan. ‘Je zit al de hele morgen uit het raam te staren. Ik heb ook gekeken, maar er is daar echt niets bijzonders te zien. Misschien is het beter om op te letten zodat ook jij straks deze sommen begrijpt?’ Iedereen giechelt en Jet krijgt een rood hoofd. ‘Ja, meester Jan.’
Het helpt niet echt. Al snel dwalen haar gedachten weer af, ze moet steeds aan het beeldje denken en de mooie glinsterende ogen.
Wat zou het toch zijn? denkt Jet.
Vanuit haar ooghoek ziet ze haar vriendin Sandra zitten. Zal ze het vertellen? Beter van niet, stel dat ze haar mond niet kan houden. Net als die keer dat ze bij die pestkop Jos zijn fietsbanden leeg had laten lopen. Toen moest Sandra het ook zo nodig aan de meester verklappen. Nee, ze moet tegen niemand zeggen dat ze zo iets moois heeft.
Na schooltijd zitten Sandra en Jet op Jets kamer en spelen een spelletje op de spelcomputer. Allebei hebben ze een grappig figuur uitgekozen. Daarmee moeten ze om de beurt over allerlei hindernissen terwijl er een monster achter hen aan zit. Sandra is haar steeds te snel af. Nooit eerder won Sandra met zoveel verschil in punten. Jet moet steeds aan het beeldje denken en let dan niet op. Keer op keer haalt het monster haar in en verliest ze.
‘Ik heb er genoeg van.’ Geërgerd gooit ze de bediening van de spelcomputer neer en gaat op haar bed zitten. Sandra gaat gewoon verder met het spel. Al snel mag ze naar een hoger niveau. Trots draait ze zich om en ziet dat Jet helemaal niet oplet.