Klasse
By: Luc Vos
*****
Published by: Luc Vos on Smashwords
*****
Copyright © 2012 door Luc Vos
*****
All rights reserved. Without limiting the rights under copyright reserved above, no part of this publication may be reproduced, stored in or introduced into a retrieval system, or transmitted, in any form, or by any means (electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise) without the prior written permission of both the copyright owner and the above publisher of this book.
This is a work of fiction. Names, characters, places, brands, media, and incidents are either the product of the author's imagination or are used fictitiously. The author acknowledges the trademarked status and trademark owners of various products referenced in this work of fiction, which have been used without permission. The publication/use of these trademarks is not authorized, associated with, or sponsored by the trademark owners.
*****
Smashwords Edition License Notes
This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with another person, please purchase an additional copy for each person you share it with. If you're reading this book and did not purchase it, or it was not purchased for your use only, then you should return to Smashwords.com and purchase your own copy. Thank you for respecting the author's work.
ISBN : 9781616275471
Andere boeken van deze schrijver: www.lucvos.be
Uw mening is belangrijk: feedback@lucvos.be
‘Niet dringen alstublieft, niet dringen. Als iedereen mooi aanschuift, dan komen jullie allemaal aan de beurt. Een beetje geduld graag!’
Danny vloekte binnensmonds.
‘Die verdomde rijkeluisjongeren. Die denken dat ze alles mogen. Voorsteken en anderen opzij duwen. Verdorie, het is ook altijd hetzelfde.
Hmmm. Maar dat blonde meisje is precies anders. Die mag er wel zijn. Verdomme, die is knap. En ze heeft nog een lief snoetje ook. Niet zo’n hooghartige arrogante blik, zoals de meeste van die snobs.
Het is niet eerlijk. Waarom hebben die rijkaards altijd het geluk om ook nog de knappe en lieve meisjes te vinden?
Och, het is toch niet waar zeker! Die lelijke, vierkante bullebak. Is dat haar lief? Het is echt helemaal niet eerlijk. Hij is zo lelijk als de straat, en waarschijnlijk nog dommer. Maar heeft waarschijnlijk meer geld dan hij kan tellen. Er vanuit gaand dat hij überhaupt kan tellen. En zijn geld zal het niet zijn.
Geld waar papa lief hard voor gewerkte heeft, dat hij er snel kan doorjassen. Goe bezig, jongen, goe bezig.’
Al deze gedachten schoten door Danny’s hoofd terwijl hij het reuzenrad in Bobbejaanland in beweging hield. Hij was geen kind van rijke ouders, en dus deed hij vakantiewerk in het grote pretpark in Lichtaart. Zoals zovele andere jongeren uit de buurt.
Niet dat het Danny stoorde niet rijk te zijn. Zijn ouders waren zeker ook niet arm, ze waren gewoon de middenklasse. En als Danny een auto wilde – hij was net eenentwintig geworden en had zijn spaarcentjes al aangesproken om zijn rijbewijs te halen – dan moest hij die zelf betalen. Dat vond hij niet meer dan normaal.
Dus werkte Danny tijdens de zomervakantie wat bij om voor een autootje te sparen. Zijn studies – hij studeerde voor sociaal assistent aan de KUL in Leuven – werden al volledig door zijn ouders betaald. Dat was genoeg.
Onbewust werd Danny’s oog weer naar die mooie meid getrokken. Verdomme, wat was die knap. Lang, golvend blond haar. Een heel mooi lichaam, en een eenvoudige, maar zeer sexy combinatie van short en topje. Dat niets liet zien, maar veel liet vermoeden. Daar hield Danny het meest van. Geen plat, niets verhullend bloot, maar uitdagende, verleidelijke en verhullende suggestie. Wat was hij altijd blij als het lekker warm was. Dan lieten de vrouwen zich van hun mooiste kant zien.
Hij vloekte inwendig nogmaals dat zoveel schoonheid verspild werd aan zijn lelijke rijkaard die waarschijnlijk geen moeite had moeten doen om haar te versieren. Ze hoorde gewoon bij de entourage van zijn wereldje en was meegekomen als extraatje.
‘Alstublieft, rustig achteraan. Iedereen komt aan de beurt, als u even wil wachten, dan bent u dadelijk wel hier.’
Ze wilden echt niet luisteren. Blijkbaar waren die rijke luisjes met een hele groep gekomen en vonden ze het leuk de anderen te verdringen en voor te kruipen. Behalve die blonde schoonheid. Die kon er duidelijk niet mee lachen, want ze spoorde haar vriend aan om er mee te stoppen.
Danny vond het altijd vreselijk om naar de mensen in de rij te moeten roepen dat ze zich moesten gedragen. De eerste keren had hij ze dan ook laten doen en gedaan alsof hij het niet zag.
Op een gegeven ogenblik kon hij er echter niet meer tegen. De bom was gebarsten en hij had plots gebruld dat iedereen netjes in de rij moest aanschuiven. Dat had effect gehad. Uiteraard was hij beleefd gebleven, anders had hij zijn baantje wel kunnen vergeten, maar hij kon het niet meer aanzien en had ingegrepen. Sindsdien ging het een heel stuk makkelijker. Was het bijna een tweede natuur om direct te zien waar het ging mislopen en in te grijpen. Maar nu was het moeilijker.
Hij gaf niet graag mooie, lieve (op het eerste gezicht toch) meisjes tegen hun voeten, maar hij dacht dat zij wel zou begrijpen dat het niet tegen haar was. Wat ook bleek toen ze hem een verontschuldigende, warme blik toewierp, nadat hij haar gezelschap voor de tweede keer tot de orde had moeten roepen.
Danny smolt bijna door die blik. Ongelooflijk prachtige blauwe ogen had ze. Hij verdronk er bijna in en wist even niet meer waar hij was. De grond begon te wankelen onder zijn voeten en even had hij het gevoel dat hij zelf in het reuzenrad zat.
De evenwichtsstoornissen duurden maar een fractie van een seconde en snel kwam Danny weer tot het besef dat hij nog steeds naast de bediening van het grote wiel stond en zijn werk moest doen. Er bewoog niets anders dan het rad naast hem.
Was het nu zijn verbeelding die hem parten speelde of had het meisje zijn blik langer vastgehouden dan echt nodig geweest was? Neen, dat kon niet, het zou wel inbeelding zijn.
Maar toch, iets in hem vertelde Danny dat zij hem toch wel behoorlijk lang aangekeken had. Of was dit enkel om zich extra te verontschuldigen voor het gedrag van haar onhebbelijke vriend? Danny wist het niet, maar hij hoopte dat het was omdat zij iets in hem zag.
Och neen, wat zou een meisje als zij toch wel in hem kunnen zien? Dat was onzin. Zij hoorde niet in zijn wereldje thuis en hij niet in het hare. Hij kon zich al voorstellen dat hij bij haar over de vloer kwam. In een kasteel of een kast van een huis, waar het allemaal zo vreselijk formeel aan toe ging en hij niet wist hoe zich te houden. Niet dat Danny asociaal of ongemanierd was. Hij kon zich best behelpen en kon zijn mannetje staan. Maar hij kon zich ook voorstellen hoe de omgang in dat soort milieus was en hoe hij niet zou aanvaard worden in die klasse. Want dat er nog altijd klassen waren in België, zoveel was duidelijk. Dat was tijdens zijn studies ook al herhaaldelijk aan bod gekomen.
Wat? Daar was die blik weer. Zonder dat er een reden voor was, zonder dat Danny iets gezegd had, keek die prachtmeid weer naar hem. Indringend, haar ogen in de zijne borend.
Niet op een platte, uitdagende manier. Zoals sommige meiden doen die je gewoon proberen te verleiden om je zo snel mogelijk weer te dumpen. Neen, ze keek hem heel open, geïnteresseerd en ongecompliceerd aan.
Danny wist niet wat hij er van moest denken. Hij moest zijn aandacht bij zijn werk houden, want als zijn baas langs kwam en merkte dat hij zijn job niet deed, zou het er gaan stuiven. De baas was heel strikt op het correct werken van zijn personeel. Terecht ook trouwens. Anders blijft je zaak niet draaien, maar dat betekende ook dat er weinig ruimte was voor afwijken van de routine die hoorde bij het bedienen van zo’n attractie als het reuzenrad. Je kon de rit wel al eens wat langer maken, maar ook niet te veel. En ook niet te veel korter. Er waren richtlijnen voor en die moesten gevolgd worden.
En wat nooit, maar dan ook nooit aanvaard werd, was iets dat de goede werking en de veiligheid in gevaar bracht. Dan was je job voorbij.
Het meisje – Danny wenste met heel zijn hart dat hij zou weten hoe ze heette – keek hem nog altijd aan. Met zijn linkerhand bediende hij nu bijna automatisch het reuzenrad, slechts met een half oog kijkend naar de in- en uitstappende mensen, goed beseffend dat dit behoorlijk gevaarlijk was, het risico lopend het rad in gang te zetten terwijl er nog iemand half in of uit de gondel hing, maar het risico niet willen nemend haar blik te verliezen.
Opletten Danny, hou je aandacht er bij, of het loopt hier mis. Nog net kon hij zich inhouden om op start te duwen, terwijl er iemand instapte. Dat was op het nippertje een ongeval vermeden. Niet doen Danny, kijk weg. Hou er mee op, want dit loopt verkeerd af.
Gelukkig voor Danny legde op dat ogenblik de vriend van het meisje een arm rond haar schouders en drukte een kus in haar nek, waardoor haar blik van Danny weggetrokken werd. Het deed bijna pijn haar blik los te laten. Alsof ze aan elkaar vastgezogen waren, zo voelde het aan. Alsof er een elastiek tussen hen zat, die hen nog even terug naar elkaar trok, vooraleer los te laten. En Danny meende te zien dat dit bij het meisje ook het geval was.
Die kus echter viel veel minder gelukkig. Die deed Danny pijn in zijn hart.
‘Wat is hier toch aan het gebeuren?’ vroeg hij zich verward af.
‘Ik ben toch niet verliefd aan het worden? Ik ken haar nog niet eens? Ze is niets voor mij. Hoe kan dit nu? Verdorie Danny, hou hier mee op, je bent niet goed wijs, Stop ermee, voor er ongelukken gebeuren. Gehoord? Stop er mee!’
Danny wist dat hij naar zichzelf moest luisteren, maar het viel hem heel moeilijk. Het meisje kwam alsmaar dichterbij en hoeveel te meer hij naar haar keek, hoeveel te meer hij begon te zweven. Hoeveel te moeilijker hij het had om zijn aandacht bij zijn werk te houden.
‘Wat zou ik nu voor geven om gewoon in de rij te staan en met haar in een gondel naar boven te gaan!’
Maar dat waren absurde gedachten, die hoorden niet.
Nu was ze bijna aan de deur. Ze had niet meer naar hem omgekeken sinds haar vriend haar gekust had, maar Danny wist niet of dat goed of slecht was. Misschien durfde ze wel niet. Of misschien had hij het zich allemaal maar ingebeeld.
In elk geval, hoeveel te meer hij naar haar keek, hoeveel te meer hij onder de indruk van dit meisje kwam. Ze was niet alleen beeldschoon – toch in Danny’s ogen, ze was misschien geen fotomodel, maar Danny had een heel eigen smaak van schoonheid, ze hoefden niet de perfecte vormen te hebben volgens de geldende ‘boekskes’ normen, alleen volgens zijn normen en die durfden al eens afwijken – maar ze had ook iets over zich dat haar nog specialer maakte.
Ze had een halo rond haar hangen die maakte dat ze leek te zweven. Dat ze meer was dan eender wie in haar omgeving. Was het haar stralende glimlach, haar staalblauwe ogen, haar lang glanzend haar, haar perfecte lichaam (weerom, toch in Danny’s ogen), of haar houding in het algemeen? Danny kon er zijn vinger niet opleggen, maar het moest een combinatie van al die factoren zijn.
Nog nooit eerder had Danny iets dergelijks gevoeld en hij was al bang voor de kater die er zeker zou komen straks. Dit meisje en haar vriend zouden in de gondel stappen, hun toertjes draaien, weer vertrekken en Danny zou ze nooit meer terug zien.
Dat besef viel hem op dit ogenblik heel zwaar. Dat kon hij nu niet aanvaarden. Natuurlijk was hij nog wel ooit eerder verliefd geweest. Hij had een paar relaties achter de rug, waarvan de langste bijna twee jaar geduurd had, maar bij geen van zijn relaties had hij ooit dit gevoel gehad. Het gevoel dat de vrouw waar hij naar keek hem alles kon geven wat hij nodig had in dit leven om gelukkig te zin. Alles wat er nodig was om een leven zin te geven.
Dit was echt wel heel vreemd, want hij kende deze jonge vrouw van haar noch pluim. Maar toch had Danny het gevoel dat hij haar al jaren kende. Dat zij zijn soulmate was. Dat zij bij elkaar hoorden.
Er waren al vaker theorieën geweest over liefde op het eerste gezicht en hoe sommige mensen gewoon bij elkaar hoorden, maar Danny had daar nooit echt in geloofd. Tot nu.
Van de plaats waar Danny het rad bediende, stond hij op ongeveer één meter van de deur van de gondels verwijderd. Eén meter die hem scheidde van deze prachtige vrouw. Want als hij haar zo van dichtbij bekeek, had ze meer weg van een vrouw dan van een meisje. Zonder oud te lijken, maar ze leek gewoon zeer sterk en volwassen. Wat de verwarring en kriebels in Danny alleen maar erger maakten.
Nu kwam ze de trap op, haar vriend naast haar, enkelen van hun gezelschap achter hen, anderen waren al ingestapt. Maar het gezelschap dat achter hen aanliep waren blijkbaar de bullebakken van de troep, want ze bleven duwen en trekken en veel lawaai maken.
Door dat geduw en getrek viel één van hen naar voor. Tegen het meisje aan, dat net op de laatste trede stond. Ze struikelde en viel in de richting van het draaiende rad. Danny zag het met grote helderheid gebeuren. In een flits stopte hij het reuzenrad en sprong naar voor om haar op te vangen. Nog net kon hij verhinderen dat ze met haar hoofd op de houten planken viel.
Gelukkig had hij ook de reflex gehad om de gondels te stoppen, want als ze waren blijven draaien, was het niet ondenkbeeldig geweest dat de gondels tegen haar hoofd zouden geslagen hebben, met alle vreselijke gevolgen van dien.
Daar stond Danny. Geschrokken, maar tegelijk heel kalm. De vrouw, die zijn hele gevoelsconstructie op zo korte tijd vakkundig overhoop gehaald had, in zijn armen. Als versteend stond hij daar, niet wetend wat te zeggen of te doen. Hij kon haar alleen maar aankijken. In stilte. Ook de vrouw zelf lag er stil bij.
Ze lag half op haar knieën, ondersteund door Danny die haar onder haar armen vast hield. Zijn linkerhand rakelings langs haar prachtige boezem schurend. Danny kreeg het er echt warm van.
Hij had er geen idee van hoelang ze daar zo gezeten hadden, maar het rumoer van de omgeving bracht hem met een schok weer bij zijn positieven.
‘Hé, gaat dat daar nog vooruit ja?’
‘Zeg, is het nog voor vandaag?’
Ongeduldige pretparkbezoekers stonden reikhalzend te kijken naar wat er aan de hand was, maar het was de vriend van het meisje die Danny helemaal uit zijn betovering haalde.
‘Zeg vriend, wil je wel eens je handen van mijn meissie halen? Dank je wel dat je haar heb opgevangen, maar nu is het wel genoeg hoor,’ sneerde de vriend op niet al te vriendelijke toon.
Hij was dus effectief een bullebak. Daar had Danny zich niet in vergist. Hij had dan wel ‘dank je wel’ gezegd, maar de manier waarop liet duidelijk verstaan dat hij het niet meende.
‘Euh, ja, ok, sorry hoor, geen probleem, neem me niet kwalijk.’
Danny voelde het bloed naar zijn hoofd stijgen en durfde het meisje bijna niet aankijken. Hij voelde zich behoorlijk sullig door deze hele toestand, maar was ook wel fier op zichzelf dat hij zo koelbloedig gehandeld had. Hij had een ongeval voorkomen, misschien zelfs een vreselijk ongeval.
Heel even keek hij haar nog aan, en haar blik was ongelooflijk. Dankbaar, lief, honingzoet, teder, warm. Er waren geen woorden voor. Voor ze hem aankeek, zag hij nog net hoe ze een behoorlijk boze blik naar haar vriend wierp, een blik die Danny’s hart liet overlopen van warmte. Zij was duidelijk anders dan haar vriend.
Dit wilde natuurlijk niet zeggen dat ze iets voor hem voelde, maar dit betekende in Danny’s hoofd wel dat ze eigenlijk niet helemaal gelukkig was met haar vriend. Een sprankeltje hoop? Neen, dat kon niet, hij moest realistisch zijn.
‘Kijk weg Danny, kijk weg, dit loopt mis!’
Met alle moeite van de wereld slaagde Danny er uiteindelijk in om zijn blik weg te trekken en weer naar zijn post te gaan. Maar niet voordat hij nog even aan die prachtvrouw vroeg op alles ok was.
‘Gaat het?’ klonk het zachter dan gewoonlijk uit Danny’s mond.
‘Ja, dank je ... Danny’ – ze had even op zijn badge gekeken –
‘Alles is ok. Dank zij jou. Dank je wel.’
Ooh. Die stem! Die stem! Ongelooflijk. Nu was het helemaal om zeep. Een Roos Van Acker gehalte om u tegen te zeggen. Een stem om verliefd op te worden. En de rest was al zo erg. Nu was Danny helemaal verloren. Hij zou alles geven om met deze vrouw zijn bestaan te delen. Maar het kon niet, het mocht niet, het was niet. Zij hoorde bij iemand anders.
En net met die andere persoon stapte zij nu in de gondel. Nadat Danny – met enige tegenzin – het reuzenrad weer in gang gezet had, verdween ze met hem naar boven. Wat die kerel daar met haar ging doen, daar durfde Danny niet aan denken. Dat deed – hoe onzinnig het ook klonk voor iemand die hij helemaal niet kende en een half uur geleden nog nooit gezien had, en waar hij met moeite drie woorden mee gewisseld had – ongelooflijk veel pijn.
Danny begreep zelf absoluut niet wat hem nu allemaal overkwam. Hij was altijd het nuchtere type geweest dat zich niet zomaar halsoverkop in een avontuur stortte of zijn hoofd of hol liet brengen door een knap meisje dat voorbij gelopen kwam. Maar dit was helemaal anders. Dit was nieuw, iets wat hij nooit voorheen ervaren had.
Maar het werk wachtte. Hij moest verdergaan met het bedienen van het reuzenrad. Als hij niet oplette, zouden er toch nog ongevallen gebeuren en zou hij zijn job verliezen. Of erger nog, in fout gesteld worden. Ze waren wel verzekerd tegen ongevallen, maar Danny wist niet hoe het zat als hij zelf een fout gemaakt had. En dus probeerde hij zijn aandacht zoveel mogelijk bij zijn werk te houden.
Makkelijk was dit echter niet. Voortdurend dwaalden zijn gedachten af naar wat er zich boven in de gondel afspeelde. De gondel die net op dit ogenblik helemaal bovenaan hing. Stil. Wat er gebeurde op dat ogenblik, nu de gondel stil hing, met zicht op de beboste omgeving en de rest van het park, kon Danny alleen maar vermoeden, maar hij dacht – hij vreesde dat hij niet ver naast de waarheid zou zitten. Hij had het zelf al eerder gedaan, toen hij nog een vriendin had. Als de gondel boven hing, zachtjes te wiebelen in de wind, had hij telkens zijn toenmalige vriendin eens goed vastgenomen en bedolven onder innige en hete kussen.
Het zou nu welhaast zeker niet anders zijn. Dat deed pijn. Onzinnig veel pijn. Onlogisch veel pijn.
‘Wat is dit toch allemaal?’ bleef er maar door Danny’s hoofd razen.
‘Ik ben echt gek aan het worden.’
Ondertussen waren alle vrienden van het meisje in de gondels verdwenen en begon de rust weer wat terug te keren. Het was wel nog druk, een lange rij wachtenden stond klaar om hun beurt in de gondels te benutten, maar ze waren duidelijk gedisciplineerder dan de entourage van die prachtmeid, die droomvrouw. Wat het voor Danny een stuk makkelijker maakte om af en toe een stiekeme blik omhoog te werpen. Maar er was niets te zien.
Tergend langzaam kwamen de gondels weer naar beneden. Natuurlijk zou Danny het sneller kunnen doen gaan, hij had uiteindelijk de knoppen onder zijn vingers, maar hij wist dat dit niet kon. Hij moest alles zijn normale gang laten gaan, anders zou hij problemen krijgen. En dat wilde hij niet. Hij wilde dit jaar een wagen kopen, en hij was er bijna. Maar hij had wel nog de centen nodig die hij hier kon verdienen. En het seizoen was nog maar net begonnen. Hij kon zich nu niet permitteren om zijn job te verliezen. Het was de tweede week van juli en nu nog een andere vakantiejob vinden, was niet evident.
Na wat een eeuwigheid leek geduurd te hebben, kwam de gondel eindelijk weer naar beneden. Danny probeerde niet te verlangend te kijken, maar had alle moeite van de wereld om zijn blik van de deur af te houden. Toen de gondel eindelijk beneden was, en stilstond om de inzittenden te laten uitstappen, was het alsof iemand met een glasscherf door Danny’s hart sneed. Het koppel stapte uit, hand in hand, met blozende wangen, de kleren een beetje scheef zittend, duidelijk nog verhit van hetgeen ze daarboven gedaan hadden. Duidelijk nog in extase, want deze keer kon er geen blik af voor Danny. Danny’s droomvrouw en haar vriend liepen gewoon langs hem door naar beneden, zonder hem nog één blik te gunnen. Zonder ook maar enig teken van herkenning te geven.
Dit deed pijn, maar Danny besefte dat het niet meer dan normaal was. Dat hij realistisch moest zijn en niet mocht verwachten dat deze meid ook maar enige interesse voor hem zou tonen. Waarom zou ze ook? Ze had een rijke, sportieve vriend. En hij was een gewone student, die in Bobbejaanland het reuzenrad bediende om genoeg bijeen te sparen om een tweedehands wagentje te kunnen kopen. Terwijl haar vriend haar waarschijnlijk een Porsche of BMW voor haar verjaardag cadeau deed.
Het was niet eerlijk verdeeld in deze wereld, maar dat was nooit anders geweest. Het was wellicht een utopie te verwachten dat het ooit wel eerlijk verdeeld zou worden. Dat was communistisch gedachtegoed en dat dat niet werkte, had de geschiedenis al meer dan genoeg bewezen.
Met een gekwetste blik staarde Danny het meisje na. Nogmaals beseffend wat voor een ranke verschijning ze wel was. Wat voor een uitstraling ze had. Door de manier waarop ze liep, haar voeten plat op de grond zettend, met rechte rug en opgeheven hoofd, kon het niet anders dan dat dit een vrouw was met een zeer sterk karakter die zeer goed wist wat ze wilde.
En dat was net wat Danny wilde in een vrouw. Eén van zijn vorige vriendinnen was een heel knappe meid, sexy, vlot en al wat je wilde, maar ze had geen ruggengraat. Als hij A zei, zei zij ook A, als hij direct daarna veranderde in B, volgde zij hem onmiddellijk. En dat was zo erg geworden, dat had hem zo hard gestoord, dat hij het uitgemaakt had. Hij kon dat niet meer aan.
Hij maakte nog liever af en toe eens goed ruzie met zijn vriendin, dan dat ze hem altijd gelijk gaf. Toen hij haar dat gezegd had en uitgelegd dat hij het daarom wilde uitmaken, had ze hem nog gelijk gegeven ook. Dat was er teveel aan geweest, waarop Danny onmiddellijk eruit getrokken was. Hij had haar nog een paar keer teruggezien, met een andere vriend, eentje die het graag had dat een vrouw volgzaam was en ze leek hem heel gelukkig. En dus was Danny ook gelukkig geweest voor haar.
Maar deze vrouw was anders. Niet dat ze bazig was, of een moeilijk karakter leek te hebben, maar ze wist gewoon wat ze wilde. En dat was best. Dat moest zo.
Maar niet voor hem. Dat zat er niet in. Dat zou Danny moeten aanvaarden. Hij moest haar uit zijn hoofd zetten en verder gaan. Hij wist niet waar hij het in zijn hoofd gehaald had te denken dat ze ook maar iets voor hem zou voelen. Ze had hem gewoon nieuwsgierig bekeken, meer niet.
Hij zag er niet slecht uit, dat niet, en was ook best sportief, maar dat hij nu een don Juan was, verre van. Och, het speelde allemaal geen rol meer, hij zou haar toch niet terug zien, en dus was alles wat hij nu nog verder zou dromen, niet meer dan dat. Een droom, geen realiteit en die zou het nooit worden.
De rest van de dag verliep als in een droom. Ondanks het besef dat Danny zijn droomvrouw wellicht nooit meer terug zou zien, was het toch geen nachtmerrie. Het deed pijn, een pijn waar hij de oorsprong niet van kende, die knagend en onmiskenbaar aanwezig was, maar die ook gemilderd werd door het beeld van deze prachtige vrouw dat nog steeds op zijn netvlies brandde. Door die prachtige ogen die hij nog steeds voor zich zag, die hem nog steeds helder en oprecht aankeken. Door de warmte die nog steeds diep binnen in hem gloeide en woedde en hem verhinderde om helder te denken. Hij had nog steeds het gevoel dat hij telkens een klein stukje met het reuzenrad omhoog ging. Dat zijn voeten de grond verlieten en hij leek te zweven.
Het was door deze af en opkomende toestand van gewichtloosheid dat hij niet merkte dat er iemand naast hem stond die hem op zijn schouder tikte en aansprak.
‘Dag Danny, ken je mij nog?’
Die stem, dat kon er maar één zijn. Dat kon toch niet? Was ze teruggekomen? Och, hij zou het zich maar inbeelden, zijn verbeelding nam een loopje met hem. Als hij zich omdraaide, zou daar iemand heel anders staan en zou hij ontgoocheld zijn. Dus was het best niet te hopen dat zij het was.
Maar toen hij zich omdraaide, was het niet een vreemde die daar stond, het was zijn droomvrouw. Het was die prachtmeid, die al de hele dag door zijn geest gevlogen had, die continu voor zijn geestesoog voorbij gegaloppeerd was op een prachtig wit paard. Die als een engel zijn hart met een prachtige harp beroerd had.
‘Ken je mij niet meer? Ik ben daarstraks gevallen en wou je nog even bedanken dat je mij opgevangen hebt. Dat je zo snel gereageerd hebt en het reuzenrad gestopt hebt. Ik heb er achteraf nog over gedacht en als je niet gedaan had wat je gedaan hebt, was ik hier nu misschien niet meer. Dank je wel Danny!’
Terwijl deze fantastische vrouw dit zei, gaf ze hem een zoen op zijn wang. Heel ongedwongen en natuurlijk, zonder enige bijbedoelingen. Maar het effect dat die onschuldige kus op Danny had, was met geen woorden te beschrijven. Haar zachte, warme lippen op zijn wang. Haar zachte huid die tegen zijn huid schuurde. Haar prachtige, lange haren, heerlijk geurend en zacht tegen zijn oor strijkend. De geur van haar parfum, delicaat maar toch duidelijk aanwezig, zoals dat alleen maar met vrouwen van een aparte klasse mogelijk is, al die factoren samen, maakten dat het kleine evenwicht dat hij ondertussen weer opgebouwd had, helemaal verdwenen was.
De grond werd onder zijn voeten weggemaaid, alsof er een bulldozer met groot geweld onder hem door gereden was. Hij had het gevoel dat hij ging vallen en kon zich nog net vastgrijpen aan de reling of hij zou naar beneden gedonderd zijn.
‘Ik heb je toch niet laten schrikken?’ vroeg het meisje onschuldig en lief.
Ze lachte niet met hem, ze was gewoon oprecht en eerlijk. Met elk woord dat ze sprak, veroverde ze Danny’s hart nog een stukje meer, voor zover dit ook nog maar enigszins mogelijk was.
Danny had nog altijd niets gezegd, en besefte dat hij nu toch wel zijn mond moest gaan opendoen of ze zou weglopen en hem een ongelooflijke sul vinden.
‘Euh, neen hoor, geen probleem, ik ben alleen een beetje moe van hier de hele dag aan deze attractie te staan, dat is alles,’ bracht Danny met veel moeite uit.
Zich verbazend over het gemak waarmee hij dacht dat de woorden er toch uitgekomen waren. Met een beetje geluk had hij hier zich toch nog een beetje uit kunnen redden.
‘Dat kan ik best geloven,’ antwoordde het meisje.
‘Ik zou het niet kunnen, hier de hele dag in de brandende zon staan. Moeten jullie dit de hele dag doen? Dat is toch niet verantwoord! In elk geval, nogmaals heel hartelijk dank. Oh, en voor ik het vergeet, mijn manieren laten me soms in de steek. Ik weet hoe jij heet, maar jij weet niet hoe ik heet. Ik ben Karen. En jij bent Danny. Voilà, nu kennen we elkaar. Nu zijn we geen vreemden meer.’
Wat had deze meid, deze Karen toch een ongelooflijke uitstraling. De vlotheid waarmee ze dit alles zei, de manier waarop ze zo natuurlijk zich aan hem voorstelde en maakte dat hij zich direct een stukje meer op zijn gemak voelde, bevestigde nog maar eens wat voor een klasse meid dit wel was.
Hij zou de hele dag met haar kunnen praten, zo voelde hij zich, maar het leek erop dat hij die kans niet zou krijgen.
‘Mogen mijn vriendin en ik nog eens in het reuzenrad? Of is het al gesloten? De mannen hangen al aan de toog, maar wij willen hier nog eens in. En ik wilde je nog eens komen bedanken, want misschien heb je mijn leven wel gered.’
‘Natuurlijk mogen jullie er nog eens in. Het loopt wel tegen sluitingstijd, maar het is nog niet gesloten. En voor jou wil ik altijd wel een uitzondering maken,’ voegde Danny er nog snel aan toe.
De warme, stralende glimlach die hij in ruil kreeg voor deze uitspraak, was zo oprecht en breed dat hij Danny’s hart deed opspringen van geluk. De blauwe ogen die midden in haar mooie snoetje stonden, schitterden gewoon terwijl ze naar hem lachte.
Er was geen rij wachtenden meer ondertussen en dus konden ze direct instappen, hetgeen Danny wel spijtig vond, maar hij kon er niets aan doen om haar tegen te houden. Nadat Karen en haar vriendin het deurtje achter hun gesloten hadden en naar boven gingen, wuifde Karen nog een paar keer naar Danny.
Waarop Danny natuurlijk terug wuifde. Dit was beter dan hij ooit had durven hopen. Of dromen. Het wilde niet zeggen dat er iets mogelijk was. Maar een heel klein sprankeltje hoop laaide op in zijn hart. Een tikkeltje hoop dat hem zei dat hij misschien toch wel bevriend zou kunnen worden met Karen, als hij een manier zou vinden om in contact met haar te blijven.
Het haar gewoon vragen, durfde hij niet, maar hij hoefde niet, want net op het ogenblik dat de gondel bijna weer beneden stond, hoorde hij een stukje van de conversatie die de twee meisjes in de gondel hoorden.
‘Zeg Karen, wanneer ga jij me nu eens je MSN nick doorgeven? Ik heb die van iedereen al, alleen die van jou nog niet. Of wil je hem mij niet geven? Wil je niet dat ik zie wanneer je online bent, wanneer je met Willem aan het chatten bent?’
Dus zo heette haar vriend. Een te mooie naam voor zo’n bullebak.
‘Natuurlijk mag je die hebben, maar heb je mij die al ooit eerder gevraagd? Ik denk het niet hoor, Sonia. Dus moet je niet reclameren hé. Het is heel simpel. Karen punt vandekerpel at hotmail dot com. Meer is het niet. En ik neem aan dat je weet hoe je vandekerpel schrijft.’
‘Wat denk je wel. Natuurlijk weet ik dat. Maar is het in één woord?’
‘Ja, in één woord,’ antwoordde Karen lachend.
‘Dan kan je dat straks gaan instellen en kan je altijd zien wanneer ik met Willem aan het chatten ben. Alhoewel hij dat niet zoveel doet hoor. Hij heeft het niet zo begrepen op computers. Hij is meer met fitness en sport bezig. Maar met jou wil ik ook wel chatten hoor.’
Dat had Danny gehoord. Dit liet hij niet aan zich voorbij gaan. Hijzelf was ook een fervent MSN gebruiker. Of hij het nu ook zou aandurven om Karens nick in te stellen en haar toestemming te vragen om met haar te chatten, dat wist hij nog niet, maar hij zou het zeker overwegen.
En als er een moment was om dat te doen, zou het wel vandaag of morgen zijn, anders was ze hem misschien vergeten. Maar eerst was Karen nog in de buurt, en wilde hij nog even met haar praten, als dit mogelijk was. De gondel was net naar beneden gekomen en stond stil, klaar om de dames te laten uitstappen.
Het was de laatste gondel waar iemand inzat, en Danny wilde naar hen toestappen om de deur voor hen te openen, toen net op dat ogenblik een vijftal brulapen, duidelijk boven hun theewater, aangelopen kwamen. Waaronder natuurlijk ‘de Willem’, de vriend van Karen.
‘Hey meiden, komt er nog wat van? Wij zijn er vandoor hoor. Als jullie meewillen, moeten jullie snel zijn, anders laten we jullie achter.’
Dat was Willem die zo hard riep. Hij was echt het toonbeeld van een goed getrainde en ontwikkelde kleerkast, maar dan eentje waar de ontwikkeling gestopt was ter hoogte van de nek. Daarboven was niet veel soeps te vinden en dat bleek ook nu weer. Zeker toen hij Danny in het oog kreeg.
‘Hé kerel, was jij niet die gast die daarstraks aan de borsten van mijn lief zat? Zo gaat dat niet hé, ik denk dat we jou een lesje moeten leren.’
Danny schrok. Dit ging de verkeerde richting uit.
‘Ho jongens, ik heb niets gedaan hoor. Ka... jouw vriendin’ – Danny kon zich nog net verbeteren, hij dacht niet dat Willem het gehoord had dat hij Karen had willen zeggen, maar hij meende dat het niet verstandig zou zijn in zijn bijzijn te familiair te worden – ‘was gevallen en ik heb haar opgevangen. Meer was het niet.’
‘Ja, dat zeggen ze allemaal, maar ondertussen kon je het toch niet laten om je handjes te laten wapperen hé. Geef het maar toe, snoeper.’
‘Willem, hou daarmee op. Danny heeft mij gewoon geholpen. Het was door jullie onnozeliteiten dat ik gevallen ben. Als hij mij niet opgevangen had en het reuzenrad stilgezet had, dan was ik hier misschien niet meer. Dan was er wellicht een zwaar ongeval gebeurd. Je zou hem beter bedanken dan hem zo af te snauwen. Heb je dan geen manieren meer? Je hebt weer teveel gedronken hé.’
Dat laatste was er behoorlijk geïrriteerd uitgekomen, en het was duidelijk dat Karen het serieus op haar zenuwen kreeg van het gedrag van haar vriend. Het was ook heel duidelijk dat Karen behoorlijk wat invloed had op haar vriend, want haar opmerkingen leken hem duidelijk te kalmeren en hij keek Danny schaapachtig aan.
‘Sorry hoor kerel, zo was het niet bedoeld. Merci hé.’
Dat was het enige dat hij kon uitbrengen, maar Danny was al lang blij dat het niet in een vechtpartij ontaard was. Een knieval had hij niet verwacht van deze spierenbundel, wiens nekomtrek wellicht hoger was dan zijn IQ.
Maar zijn bankrekening was heel zeker ook veel hoger dan die van Danny, en dat compenseerde wellicht voor het gebrek aan verstand. Wat Karen in zo’n bullebak kon zien, kon hij niet begrijpen, maar dat was eigenlijk ook niet aan hem om dat te doorgronden.
Ondertussen waren Karen en haar vriendin uitgestapt en gingen ze de trapjes weer af. Karen keek Danny nog eens heel lief aan en opnieuw verzonk Danny in het moeras van haar helderblauwe ogen. Het water van haar irissen steeg rond zijn voeten en zoog hem steeds dieper in de zwarte ondergrond van haar pupillen.
‘Nog eens, heel hartelijk dank hé Danny. Als ik ooit iets terug kan doen, moet je het zeggen!’
Met nog een lieve knipoog erachter aan.
En weg was ze. Willem wilde zijn arm rond haar schouders slaan, maar Karen schudde die met een geïrriteerde beweging weg.
‘Die zal vandaag niet veel meer moeten zeggen,’ dacht Danny met iets van leedvermaak.
Die zal zeker niet meer op veel geknuffel moeten rekenen. Althans, dat hoopte hij toch.
Aangezien Karen en haar vriendin de attractie gesloten hadden – het was intussen sluitingstijd en het park was bijna leeggelopen – kon Danny er ook mee stoppen en liep hij naar de kleedkamers van het personeel. Hij pakte zijn spullen bij elkaar en liep naar de fietsenstalling. Hij woonde op zo’n zes kilometer van het park en kwam dan ook altijd – ook bij gebrek aan een wagen, iets wat hij hier dus hoopte te verhelpen – met de fiets naar zijn vakantiejob. Wat hij overigens helemaal niet erg vond, want hij genoot van de tocht door de bossen en het was nog goed voor zijn conditie ook.
Maar vandaag had hij niet veel oog voor de bossen in de omgeving. Hij zag niet veel van de konijnen die er vrijelijk ronddartelden. Hij moest zelfs heel goed opletten om niet langs de weg te rijden of onder een wagen terecht te komen. Want het enige dat hij voor zich zag, was het gezicht van Karen. Heerlijke, prachtige Karen. Wondermooie en lieve Karen. Zoetgevooisde en sexy Karen. Dat was het enige waar hij aan kon denken. Het enige wat nu van belang was voor hem.
De kans die hij had om met haar te chatten en zo te trachten haar beter te leren kan, gaf hem hoop. Hij wist niet of zij met hem zou willen praten, maar dat zou hij snel genoeg merken. Hij nam zich echter voor om zeker niet aan te dringen, dat zou niets opleveren, dat zou haar alleen maar van hem wegjagen, en dat wilde hij niet. Maar hij wilde het zeker proberen. Wat de uitkomst ook mocht zijn.
Het was nog steeds heel warm – het was een uitzonderlijk warme zomer dat jaar – en Danny was dan ook nat van het zweet toen hij thuis kwam. Een snelle douche verkwikte hem behoorlijk, snel wat andere kleren aan, een short en T-shirt en een koel pintje uit de koelkast. Dat smaakte hem echt. Danny dronk niet veel – hij was zeker geen dronkenlap zoals Willem – maar een goed pintje, een lekkere trappist of een goed glas wijn kon hij ten zeerste appreciëren.
En het smaakte hem nu nog meer dan anders. Met het pintje naast hem, een snelle boterham met kaas aan de andere kant, startte hij zijn computer op. Alhoewel hij dacht dat Karen nog niet thuis zou zijn - hij had geen idee van waar ze afkomstig was, maar haar accent leek hem niet echt van deze kanten te zijn – wilde hij zijn kans toch al eens wagen.
Windows opgestart, MSN contacten openen, rechtsklikken en contact toevoegen.
Karen.vandekerpel@hotmail.com invullen, toevoegen aan MSN groep en dan was het afwachten. Gespannen, zelfs beetje bang afwachten. Hij had even geaarzeld toen hij op bevestigen wilde klikken, maar hij voelde dat hij er mee moest door gaan.
Danny hoopte dat hij het juist geschreven had, maar er waren wellicht niet al te veel manieren waarop je vandekerpel kon schrijven. En als het niet bestond, zou hij het snel zien. Nee, het was juist, contact toegevoegd. Nu was het afwachten.
Zou zij weten wie hij was? Zijn nick op MSN was Dannyke@lenaerts.be (hij had zijn eigen domein geregistreerd, wat hij heel handig vond), en dat vertelde Karen natuurlijk niet veel over wie hij was. Zijn achternaam stond niet op zijn badge in Bobbejaanland, dus zou ze moeten gokken. Hij hoopte van harte dat ze hem niet zou blokkeren, maar er was niet veel wat hij daar aan kon doen. Of toch? Natuurlijk, hij kon zijn display name aanpassen. Hij kon die wijzigen in wat hij wilde.
‘Dannyke, de reuzenrad jongen’. Dat vulde hij in. Als Karen dat zou zien, zou ze zeker weten wie hij was. En als ze hem niet wilde accepteren, dan was het zo, maar als ze dat wel wilde, dan opende dat de deur naar meer. Toch? Maar Danny besefte ook wel dat hij niet teveel mocht hopen, dat het niet realistisch was te verwachten dat ze haar vriend zou dumpen ten voordele van hem.
Er kwam geen reactie op zijn aanvraag, maar dat wilde natuurlijk nog niets zeggen. Als Karen niet online was, en die kans was toch wel vrij groot, ze was wellicht nog met haar vrienden op stap, zou hij haar nu niet te zien krijgen. En dus kon hij niet veel doen.
Danny twijfelde over zijn plannen voor die avond. Zijn ouders waren op reis, ze zaten voor drie weken in Zuid-Frankrijk en dus was Danny alleen thuis. Broers of zussen had hij niet, maar wel veel vrienden. Zou hij naar zijn stamcafé gaan of thuis blijven? Hij wist het niet goed. Enerzijds wilde hij liever thuis blijven en zijn herinnering aan Karen koesteren. Hij wilde zijn ogen sluiten en haar beeld keer op keer opnieuw voorbij zien komen, haar diepblauwe ogen telkens weer in de zijne voelen boren, tot hij haar hele zijn in zijn hoofd voelde.
En hij wilde wachten of ze online zou komen via MSN. Hij wilde weten of ze zijn boodschap gezien had en hoe ze hier op zou reageren. Al was de kans klein dat hier vanavond nog reactie op zou komen.
Anderzijds wilde hij ook bij zijn vrienden zijn, want hij vreesde dat als hij teveel aan haar zou denken, hij helemaal gek zou worden. Dat hij haar zo sterk zou missen dat hij zijn zinnen zou verliezen. En dat wilde hij ook niet. Doordat hij haar nu via MSN wellicht zou kunnen benaderen, had hij toch wat hoop dat het ooit iets zou kunnen worden. Hij wilde er in elk geval voor vechten, zoveel was duidelijk.
Zijn dilemma werd echter opgelost toen zijn GSM afging. Het was Tom, één van zijn beste vrienden, eentje die hij het nog wel zou durven vertellen wat er hem die dag overkomen was, eentje die er niet mee zou lachen en het niet zou gaan rondstrooien.
‘Hey Danny, alles kits jongen?’
‘Ha die Tom. Yep, alles kits, alles meer dan kits.’
De toon waarop Danny dit gezegd had, moest veelbetekenend geweest zijn, want het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Maar niet voor lang.
‘Ho maar, dat klinkt serieus. Laat me raden, je hebt de vrouw van je dromen ontmoet en ze wil haar leven met jou delen. Klopt?’
‘Wel Tom, een stukje klopt. Ik denk dat het eerste deel klopt. Het tweede deel, wel, dat ligt wat moeilijker. Maar misschien is er wel een beetje hoop.’
‘Verdorie Danny, je maakt me nieuwsgierig. Ik wil er alles over weten. Ik ga subiet naar de Jetbees. Kom je ook?’
‘Ik ben aan het twijfelen, ik weet het niet goed. Ik wacht eigenlijk op bericht van haar.’
‘Wow, al een date? Gaat ze je bellen?’
‘Neen, ik heb haar MSN nick, en ik heb haar een berichtje gestuurd, en nu wacht ik of ze mij gaat accepteren.’
‘Ja, maar daar kan je misschien lang op wachten. Kom, ik verwacht je in de Jetbees, ok? Binnen een halfuurtje? Ik sta er op dat je komt hé!’
‘Ok, ok, ik zal er zijn Tom. Maar vertel hier alsjeblieft niets over tegen iemand anders hé. Beloofd?’
‘Ok, beloofd, maar jij moet mij wel alles vertellen. Tot seffens?’
‘Tot subiet.’
Een beetje verward duwde Danny zijn GSM af. Was het goed dat hij alles aan Tom zou vertellen? Wellicht wel, Tom was echt wel te vertrouwen. En wellicht zou het goed zijn als hij het allemaal eens kon vertellen aan iemand die het niet had meegemaakt. Dat zou hem helpen om het allemaal wat beter te begrijpen, om het in een ander perspectief te stellen. Want Danny had echt wel het gevoel dat dit nodig was, dat hij niet echt helder meer kon denken.
Na nog een snelle blik op het computerscherm om te zien of Karen al geantwoord had, trok Danny de deur van het huis achter zich dicht, stapte op zijn fiets en reed naar het centrum van Lichtaart, waar zijn stamkroeg, de Jetbees, gelegen was. Het was een trendy jongerencafé, waar heel veel volk op afkwam, ook heel veel mensen die als jobstudent in Bobbejaanland werkten, en de lokale jeugd. Er was een groot terras en zoals altijd zat dat afgeladen vol.
Tom hing naar goede gewoonte al met een pintje aan de toog. Hij had Danny al gezien en wuifde van ver.
‘Hé makker, nu heb je me echt wel nieuwsgierig gemaakt. Ik wil er alles over weten hé, hoe ze heet, vanwaar ze is, hoe ze eruit ziet, alle pittige details, ok?’
Een beetje onzeker lachend keek Danny zijn beste vriend aan. Hij besefte dat hij veel van de dingen die Tom nu gevraagd had, gewoon nog niet wist. Was het niet absurd wat hij nu allemaal voelde? Kon dit wel?
Hoeveel te meer hij er echter over nadacht, hoeveel te meer hij ervan overtuigd werd dat het kon. Dat het mogelijk was. Danny was al wel eens eerder op een glimlach verliefd geworden. Althans, het had zo gevoeld. Maar van zodra de eigenaar van de glimlach verdwenen was, waren de gevoelens ook verdwenen als smeltende sneeuw voor de stralende zon. Soms was het als smeltende sneeuw voor een waterzonnetje en duurde het iets langer. Maar tegen dat de zon helemaal onder gegaan was, waren de gevoelens weg.
Hier stond echter een gigantisch, rode, hete, brandende vuurbal aan de hemel die haar stralen op volle kracht op de sneeuw afstuurde, zonder dat er ook maar één druppeltje van smolt. Integendeel, hoeveel te harder deze onuitputtelijke bron van kernenergie moeite deed, hoeveel te harder het ijs werd. En dat was voor Danny het bewijs dat hier meer aan de hand was. Of Tom er ook zo over zou denken, wist hij niet, maar dat wilde hij wel uitvissen.
‘Dag Tom, ik zal je alles vertellen, maar eerst wil ik iets drinken. Iets krachtigs. Want ik heb het nodig.’
Tom bekeek zijn vriend met van pret schitterende ogen. Hij kende Danny al heel lang en wist wanneer hij onder de indruk was van iets en nu was hij dat zeker. Zoveel was duidelijk. De blos op zijn wangen, het springerige, het zenuwachtig trillinkje in zijn stem. De jongen was verliefd, tot over zijn oren. Zeker weten. En dat bracht een nog grotere glimlach op zijn gezicht.
Hijzelf was al lang van straat en woonde nu al drie jaar samen met Sandra. Een vreselijk toffe meid. En ze kon ook zeer goed met Danny opschieten. Vaak gingen ze samen op stap en dat was altijd lachen.
Tom had ook alle veroveringen van Danny meegemaakt en wist het wanneer hij het weer eens zitten had.
En deze keer leek het wel echt gemeend. Tom wist niet goed waar hij zich op baseerde om dit te concluderen, maar hij voelde het gewoon. Er was iets, iets anders dan anders, dat hem zei dat deze jongen hopeloos tot over zijn oren verliefd was.
‘Een blonde Leffe graag en geef deze kerel hier ook nog iets,’ bestelde Danny zijn drank aan de toog.
‘Voor mij nog een pintje, ik wil niet te zat zijn als ik alle details hoor.’
De barman bezorgde hen de gevraagde drank, waarop Danny voorstelde om ergens anders te gaan zitten. Aangezien het schitterend weer was, zat het hele terras vol, maar was er binnen in de zaak nog wel wat plaats. In een hoekje achter de toog namen Danny en Tom plaats, waarna Danny een grote slok van zijn frisse Leffe nam en van wal stak.
Hij vertelde Tom alles, zonder één detail weg te laten en zonder ook maar één keer te stoppen. Zijn beschrijving van Karen moest wel heel indrukwekkend zijn, want de manier waarop Tom stil luisterde en zijn mond openviel tijdens de beschrijving vertelde Danny genoeg. Hij had het zich niet ingebeeld, Karen was een schitterende vrouw.
Bijna een half uur lang vertelde Danny alles wat in hem opkwam, alle details die hij zich herinnerde van hun ontmoeting, alle gevoelens die door hem heen geraasd waren die hele dag, alle tegenstrijdige gemoedsstemmingen en opwellingen die hij ervaren had. Alles kwam eruit. Hiermee Tom half murw achterlatend, want het was een heel zware boterham om te slikken.
Maar Tom deed dat met plezier. Hij merkte heel goed dat de indruk die dat meisje op Danny gemaakt had, echt was, dat het niet een voorbijgaand, losbandig iets was. Zelfs op Tom maakte Karen grote indruk, al had hij haar nog nooit gezien.
Danny eindigde met het verhaal van de MSN nick en hoe Tom hem net gebeld had terwijl hij stond te twijfelen of hij nu zou thuisblijven of weggaan. Waar Tom de beslissing voor hem genomen had.
‘Wauw man, dat is pas heavy. Ik ben er echt stil van. Ik weet niet wat ik hier op moet zeggen, behalve misschien één ding. Go for it. Als je de kans krijgt om haar beter te leren kennen, doe het gewoon. Dit mag je niet laten voorbijgaan. Zo’n kans mag je niet laten schieten. En misschien – wellicht, sorry dat ik negatief moet zijn – loopt het op niets uit. Maar dan heb je tenminste geprobeerd. Want niet proberen, is op voorhand verloren. En dan hou je er waarschijnlijk een gebroken hart aan over, maar ik heb zo de indruk dat als je het niet probeert, dat je hart evenzeer gebroken zal worden. Dus dàt heb je al niet te verliezen.
Man man man, wat ben jij een gelukzak. Maar probeer niet te opdringerig te zijn. Dat werkt niet bij vrouwen. Toch niet bij een vrouw zoals de Karen die jij beschreven hebt. Die moet je met zachtheid behandelen. Wat ik dan niet begrijp, is hoe een bullebak als die Willem haar aan de haak heeft kunnen slaan, maar dat zal wel zijn doordat hij in de juiste kringen zit zeker?
Enfin, Danny, mijn beste, ik ben stik jaloers op jou. Niet dat ik mijn Sandra kwijt wil hoor. Integendeel. Maar het avontuur waar jij nu voorstaat, is toch fantastisch? Wat is er mooier dan smoorverliefd zijn op een fantastische meid. Niets toch? Gewoon doen jong, gewoon doen.’
Danny zat er stil bij te kijken. Tijdens het vertellen had hij bijna niet van zijn Leffe gedronken, maar nu moest hij een grote slok nemen. De Leffe was al een beetje lauw geworden, maar dat proefde Danny niet.
Het vertellen van alles wat hij die dag beleefd had, was nog een stuk zwaarder dan het herbeleven in zijn geest, zoals hij die dag al verschillende keren gedaan had. Alle emoties van die dag waren opnieuw door zijn lijf geraasd en hadden opnieuw dezelfde ravage aangericht. Alleen nog wat erger, want de ravage van eerder die dag was nog niet hersteld geweest.
Maar het kunnen vertellen en hierdoor een stuk objectiveren van zijn belevenissen, had hem wel gesterkt in zijn gevoelens en had zijn twijfels weggevaagd. Het had hem bevestigd dat hij het bij het rechte eind had. Dat hij gelijk had te voelen wat hij voelde, dat hij ervoor moest gaan.
De bevestiging die Tom hem nu gegeven had, had hem nog meer zelfvertrouwen gegeven. Hij moest en zou contact zoeken met Karen, wat het ook mocht kosten. En hij zou proberen haar voor zich te winnen. Wat die Willem ook mocht proberen of doen.
‘Ik denk dat je gelijk hebt Tom,’ antwoordde Danny zacht.
‘Ik denk dat ik ervoor moet gaan. Ik weet dat ik ervoor moet gaan. Ik hoop alleen dat het zal lukken. Want ik hoor niet in dat wereldje thuis. Ik weet niet hoe ik mij daar moet gedragen. Kan ik het wel?’
‘Het is normaal dat je twijfelt Danny, maar als Karen echt voor jou kiest, als ze oprecht wil doen, dan speelt dat toch allemaal geen rol? Ja, ik weet het, dat is cliché en iets uit de films en de boekskes, ‘liefde overwint alles’, maar dat is toch ook zo? Als je elkaar echt graag ziet, dan speelt geld geen rol. Ik heb het zelf al zo vaak gezien. En geloof me, ze mogen mij mijn wagen, mijn job, mijn appartement, mijn cd’s, alles afnemen, zolang ik maar bij Sandra kan blijven. En ja, als puntje bij paaltje komt, is geld natuurlijk wel handig, maar wat ben je met veel geld en geen leven, of geen gelukkig leven? Niets toch?
Luister naar mij, ik ben aan het preken, ik had pastoor moeten worden. Maar het is wel zo Danny, geloof me. Je moet het gewoon proberen. En ja, het kan waarschijnlijk allemaal mislukken, maar, ik weet niet meer wie het zong, maar er is een liedje dat zegt : ‘It’s better to have loved and lost, than to never have loved at all.’ Of zo iets. En dat is zo, dat klopt. Anders heb je een leeg, zinloos leven gehad, en wat ben je daarmee? Niets toch?
Kom drink nog eens, ik denk dat je het nodig hebt. Nog een trappist?’
Danny knikte. Hij was te zeer in gedachten verzonken om te kunnen antwoorden.
Tom stond op om nog wat drank bij te halen, Danny achterlatend met zijn gedachten. Keer op keer opnieuw zag hij Karen voor zijn ogen voorbijtrekken. Haar ongelooflijk mooie blauwe ogen glimlachend naar hem gericht. Zijn aandacht en gedachten helemaal vastnemend, opslorpend om nooit meer los te laten.
‘Jongens, jongens toch, waar ben ik toch aan begonnen? Hoe gaat dit ooit aflopen? Ga ik hier nog uit geraken? Of ben ik gedoemd om de rest van mijn leven hopeloos en uitzichtloos verliefd te blijven?’
Maar daar was Tom al om hem uit zijn sombere gedachten te sleuren.
‘Hé, niet zo droef kijken hé vriend. Lachen, het leven is mooi. Je bent verliefd. Wat wil je nog meer?’
‘Dat zij ook op mij verliefd is misschien?’ antwoordde Danny langzaam.
‘Ja, natuurlijk, maar je kan niet alles ineens hebben hé. Zo is dat bij mij ook niet gegaan. Weet je nog hoe ik achter Sandra heb moeten aanzitten vooraleer ze alleen al met mij uit wilde? Herinner je je dat nog? Dat is ook niet van een leien dakje gelopen hoor.’
Dat moest Danny toegeven. De jacht van Tom op Sandra was heel lang hét onderwerp van gesprek binnen hun vriendenkring geweest. Op een gegeven moment werden er zelfs weddenschappen afgesloten of het Tom wel ooit zou lukken met Sandra uit te gaan. Maar na een tijdje was het toch gelukt en was de vonk duidelijk overgeslagen, want sindsdien waren ze onafscheidelijk. Een koppel dat klaar was om een leven lang samen te blijven, met of zonder getekend boterbriefje.
‘Blijven lachen hé Danny, niet opgeven. Misschien heb je straks al wel een bericht van haar.’
Dat idee deed Danny opfleuren, maar deed hem ook onmiddellijk weer naar huis willen gaan. Wat Danny zag, en waar hij direct op reageerde.
‘Ja, dat had ik niet moeten zeggen, blijf nog effe hier, zo snel loopt ze niet weg hoor. Als ze antwoordt, dan blijft dat zo.’
Dat moest Danny beamen. Voor hij echter nog meer kon zeggen, werd hij de mond gesnoerd door Tania, een vriendin van hun kliek die hen in het hoekje had zien zitten.
‘Hé Tom, Danny, wat zitten jullie daar zo stiekem te bespreken in dat hoekje? Iets dat ik niet mag horen?’
Lachend begroette Tania de twee jongens met een kus op de wang. Ze waren zeer goede vrienden en Tania had al een paar keer laten merken dat ze van Danny eigenlijk nog wel iets meer wilde, maar Danny was hier nooit op ingegaan. Alhoewel hij Tania erg mocht, ze was zijn type niet. Te los, te veel blabla, te luidruchtig.
Ze was een heel toffe meid, en vanbinnen had ze een gouden hart, maar Danny zou doodmoe worden als hij de hele dag in haar gezelschap zou moeten vertoeven. En Tania had dit na een tijdje ook wel begrepen. Ze vond het wel spijtig, maar ze had Danny liever als goede vriend, dan als ex-lief waar ze geen contact meer mee had. En dus benaderden ze elkaar op die basis.
‘Je weet dat we voor jou geen geheimen hebben hé Tania, want als er iemand is die kan zwijgen, dan ben jij het wel,’ beantwoordde Tom Tania’s groet met een dikke knipoog naar Danny, die Tania zeker moest gezien hebben.
‘Ja ja, het is al goed, ik heb het al begrepen, ik ben hier niet gewenst. Ok, praat dan maar verder zonder mij,’ repliceerde Tania gemaakt beledigd.
‘Kom hier, gekke meid, kom erbij zitten, doe niet zo mal,’ riep Tom. Terwijl hij aan haar mouw trok. Waarop Tania zich naast Tom op de bank liet ploffen.
‘Wat drink je?’
‘Hmmm, een glaasje witte wijn graag. Dank je wel.’
Waarop Tom weer richting toog verdween.
‘Dag Danny, alles goed? Je ziet er een beetje verwilderd uit. Toch geen problemen?’
‘Dag Tania, ja alles is goed dank je. Het was alleen een beetje een drukke dag in Bobbejaanland. Bijna een ongeval gehad, allez, ik niet, maar één van de bezoeksters, maar ik heb het nog net op tijd kunnen voorkomen,’ antwoordde Danny geheel naar waarheid.
Wat er nog meer gebeurd was, vertelde hij haar niet, en zou hij haar ook niet kunnen vertellen. Hoe graag hij haar ook had. Want Tania stond er nogal om bekend een flapuit te zijn, en Danny wilde niet dat iedereen zou weten wat hij nu doormaakte.
‘Dat klinkt ernstig, maar met een stoere vent als jij komt dat natuurlijk altijd in orde.’
Dit ontlokte een glimlach aan Danny die hem goed deed. Ondertussen was Tom terug met de drank en ging het gesprek verder over alles en nog wat, behalve over Karen. Danny had Tom nog een blik toegeworpen van ‘niets zeggen hé’, maar dat was eigenlijk niet nodig geweest. Tom wist ook wel wat hij aan Tania had en wist hoe het tussen haar en Danny gelopen was en begreep heel goed dat hij niets moest vertellen over het voorval.
Dus kwam het niet meer ter sprake en ging de avond snel voorbij. Tegen elf uur verontschuldigde Danny zich met de mededeling dat hij de volgende dag weer vroeg op post moest zijn en dat hij zijn slaap nodig had. Hij nam afscheid van Tom en Tania en reed terug naar huis. Tom knipoogde nog eens veelbetekenend – terwijl Tania het niet zag – hiermee duidelijk zeggend : ‘succes en hou me op de hoogte’.